2. Een diep dal

“Aah kom op! Nog één drankje.” Dylan was waarschijnlijk de enige in de bar die niet hoorde hoe dubbel haar tong inmiddels was. De barvrouw schudde meewarig haar hoofd. “Een glas water, dat wil ik je nog wel serveren.”
Shit, wat was ze schattig met die bezorgde toon, dacht Dylan. Die donkerbruine ogen deden haar haast smelten.
“Maar ik ben nog lang niet dronken,” klaagde de ervaren kroegtijger lallend. Alsof ze haar ogen niet maar nauwelijks kon openhouden. Het notitieboekje dat ze mee had genomen naar de bar lag vergeten naast haar, half in een plas bier. De letters die in aanraking waren gekomen met het vocht waren net zo hopeloos uitgelopen en vergaan als alle goede intenties die Dylan die avond had gehad. Ze wilde inspiratie opdoen, beginnen aan stukken waarmee ze zichzelf weer op de markt zou krijgen als tekstschrijver of zelfs als journalist, een project zoeken waar ze energie van kreeg. Ze ging het dagelijks leven even vergeten en zich afleiden van het werk dat ze zo verafschuwde maar wat haar voorzag van een inkomen dat haar huur betaalde. Nu was ze het dagelijks leven vergeten, dat was gelukt zodra ze zichzelf had volgegoten met goedkoop bier. Er was geen letter op papier verschenen.

Het glas vloog zo plotseling voor haar neus dat Dylan van schrik bijna van haar stoel viel, er kort van overtuigd dat het een spook was dat ze in haar ooghoek zag verschijnen. Het kostte haar zwaar benevelde brein een flinke hoeveelheid secondes om te realiseren dat het geen spook, maar alleen maar een bierglas was. Een bierglas dat ze met een grote grijns aannam om een stevige slok te nemen. Met een verwrongen gezicht en een flinke klap zette ze het glas terug op de toog, vechtend om het vocht door te slikken in plaats van terug te spugen.
“Dit is slecht bier,” klaagde ze luidkeels. “Het smaakt naar niets.”
De bezwaarde blik van het barmeisje werd nog iets bezorgder. “Het is water,” zei ze zacht, met haar zangerige stem. Eerder was die charmant geweest, had Dylan geconstateerd, maar nu begon hij op haar zenuwen te werken. Ze wilde gewoon nog één drankje, waarom moest dit wicht daar zo moeilijk over doen? Zacht mopperend keek Dylan weg van het meisje. Ze voelde haar kaken warmer worden naarmate de blik van het bedienend personeel tot haar doordrong, toen doordrong hoe ze zelf naar deze dame zat te kijken. Ergens in haar achterhoofd was er, heel zacht, een stemmetje dat redelijkheid probeerde te bepleiten. Als ze dacht dat water bier was, misschien had ze dan toch wel een beetje te veel gedronken.
“Hé, als de dame een drankje wil dan serveer je dat, trut.” De barse stem deed Dylan weer bijna van haar stoel vallen. Hij was zo luid en zo dichtbij. Vooral zo dichtbij. Op het moment dat ze opkeek torende hij al boven haar uit, stond hij met zijn lichaam ongeveer tegen haar aan. Ze kon zijn warmte voelen terwijl ze met grote ogen opkeek naar hem. Door de nevelen heen zag ze een baard, brede schouders en groene ogen maar de details van zijn gezicht en gelaat gingen aan haar voorbij. Verloren in de waas die haar hersenen in zijn grip hield. Het was een stevige grip, het maakte haar wiebelig en misselijk. Ongemakkelijk, dat was het beste woord voor wat haar lichaam aangaf. En dat was nou precies het gevoel waar ze al haar hele leven lang een hekel aan had gehad. Even ging haar blik naar de barvrouw, snel keek ze weer weg. Van haar en van de man.
“Ik serveer wie ik wil en ik denk dat jullie beiden wel genoeg hebben gehad.” Defensief stapte de barvrouw iets naar achteren, buiten het bereik van de beer van een vent. Van de eerdere bezorgdheid was weinig meer te bekennen. Een hand werd om Dylan’s arm geklemd.
“Kom op mop, ik weet een tent zonder deze kapsones.”

Het ergste was dat Dylan wist dat met hem meeging enkel omdat er meer drank in het verschiet stond. Ze wilde nog niet naar huis, de plek met het eeuwig knipperende antwoordapparaat waarop berichten stonden van haar teleurgestelde moeder. De plek waar haar computer de vele e-mails van haar werkverslaafde baas verzamelde. De plek die leeg was omdat ze nooit de tijd en rust nam om het echt haar eigen plek te maken. Dus klom ze van de barkruk en volgde ze de onbekende man de nacht in, zoals ze al zo vaak had gedaan.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

error: Content is protected!!