Verdwaald op meerdere manieren

Share this

“Heey, mag ik achterop?”

Hij staat zo snel naast me dat ik nauwelijks de tijd heb om af te stappen. Nauwelijks de tijd heb om te beseffen wat er gaande is. Het eerste dat me opvalt is dat hij lang is, erg lang, de jongen torent moeiteloos boven me uit. Nu ben ik zelf maar 1 meter 60 dus dat doen mensen nogal snel, maar dit is zelfs met die gewenning even schrikken. Hij is jong. Hij staat te dichtbij. En om eerlijk te zijn zit de hele situatie me niet helemaal lekker.
Het is midden in de nacht, de winterkou is mijn jas ingekropen, het is uitgestorven op straat en er staat een boomlange gozer zo dichtbij dat de enige manier waarop ik afstand heb kunnen afdwingen mijn fiets tussen ons in is.

En dan stapt zijn maatje ineens achter een auto vandaan.

Ik heb boeken gelezen die zo beginnen. Films en series gezien waarbij de openingsscene zo is. Ik heb een cursus zelfverdediging gevolgd met die scenario’s in mijn achterhoofd. Maar laten we heel eerlijk zijn, het was een cursus van zes weken en ik ben klein en niet bepaald getraind om sprintjes te trekken. Het enige wat hier in mijn voordeel speelt is dat we in Diemen zijn, om de hoek van mijn ouderlijk huis. Ik ken deze buurt honderd keer beter dan deze twee heren. Al die gedachten gaan in een halve seconde door mijn hoofd terwijl ik me oriënteer op mijn omgeving.
De langste van de twee grijnst naar me. Het is geen onaardige grijns, eerder ondeugend en jongensachtig. “Nou?” vraagt hij. Right, hij vroeg of hij achterop mocht springen. As if…
“Gozer, val haar niet lastig.” De vriend stapt op ons af maar in tegenstelling tot meneer langpoot houdt hij een beetje afstand. “Mag ik iets vragen?” Ik knik. “Weet jij misschien waar we zijn?”

Ze zijn verdwaald. 19 jaar oud, afkomstig uit Abcoude en onderweg naar een vriend in Amsterdam Oost. En hun lift heeft ze gewoon veel te vroeg uit laten stappen. Ze hadden nog zeker vijftien minuten met de auto moeten doorrijden. De jongen vloekt zacht, pakt zijn telefoon weer. Aan hun tongval kan ik horen dat ze allebei wel een paar biertjes achter de kiezen hebben, wat verklaart dat de ene jongen baalt en zijn kilometerlange maatje nog steeds zo stom staat te grijnzen. Hij staat nog steeds staat een tikje te dichtbij. Mijn persoonlijke cirkel is niet altijd een heilig en verboden terrein, maar vanavond even wel.
“Weet je misschien waar de Omval is?” De jongen kijkt even weg van zijn telefoon. Ik knik op de vraag en wijs de richting op met een hoofdbeweging.
“Paar minuten verderop. Ik loop wel met jullie mee.” Ik zou er allang langs zijn gefietst als ik niet was gestopt. Sterker nog, ik had allang in mijn bed gelegen als ik niet was gestopt!
“Kan ik niet achterop? En hij voorop?”
“Sorry heren, niet met deze fiets.” Niet eens een smoesje, het ding is een klassiek ouderwets Amsterdams barrel. Maar hij doet zijn werk goed… Het is nog steeds doodstil op straat (“‘t Is stil in Amsterdam. De mensen zijn gaan slapen…”). Er is zelfs geen zuchtje wind. De zomertijd is een uur geleden ingegaan, maar de winter heeft het gevecht nog niet helemaal opgegeven. Ik voel de kou in mijn longen als ik diep inadem. De jongens hebben het ook koud, de een loopt met zijn handen diep in zijn zakken, de ander trekt zijn jas wat dichter.
“Kan ik niet met jou mee naar huis vanavond?” Uiteraard… Het heeft nog lang geduurd voordat hij dat voorstelde.
“Gaat niet gebeuren.”
De brutale bonenstaak kijkt beteuterd, het acteerwerk druipt ervan af. “Ben ik niet je type dan?”
Tja… Wat nu? Ik kan zeggen dat mijn vriend thuis op me wacht. Ik kan gewoon nee zeggen. Of ik vertel gewoon de waarheid. Waarom eigenlijk niet?
“Nee, want ik val op vrouwen.”

Even blijft het oorverdovend stil terwijl we door de straat lopen. Het lichtelijk benevelde brein van de jongen moet deze informatie even verwerken. Dan worden zijn ogen groot terwijl hij zich naar zijn vriend draait.
“Gozer! Ze is een lesbi!”
Ik ben een… wat?
“Oke oke oke. Ik bedoel dit niet lullig of zo maar ik moet het gewoon vragen. Waarom val je dan op vrouwen?”
“Laat haar toch met rust man, dat kun je echt niet vragen!” Het duo vult elkaar duidelijk aan. De een ongeremd en uitbundig, de ander nog in staat om te bedenken waar een morele grens zit.
Ik haal mijn schouders op en glimlach naar de vriend. “Het is oke,” zeg ik. Het is ook oke. De jongen valt me niet aan, is me niet aan het vertellen dat ik ‘gewoon de juiste vent tegen moet komen’. En zijn nieuwsgierigheid voelt oprecht.
“Laat me een tegenvraag stellen,” zeg ik terwijl ik naar hem opkijk. “Waarom val jij op vrouwen?”
“Dat is niet hetzelfde,” kaatst hij terug, toch een beetje gestoken. Ik kijk naar zijn vriend, benieuwd naar zijn antwoord.
“Vrouwen zijn leuker,” zegt hij. “Ze zijn mooier om te zien, ze zijn liever, ze zijn emotioneler, ze zijn zachter.”
“En dat is waarom ik op vrouwen val,” zeg ik. Natuurlijk is dat niet helemaal de reden. Er ligt meer achter. Maar als ik dat zelf eigenlijk al niet kan definiëren hoe ga ik het dan uitleggen aan twee dronken 19-jarigen die verdwaald zijn?
“Huh,” zegt de jongen, zijn boomlange vriend is nog niet helemaal overtuigd. “Dat snap ik wel. Waarom zou je dan eigenlijk ook op mannen vallen?” Een goede vraag.
“Is dat voor jullie?” Direct voor de Omval staat een auto al een minuut met zijn koplampen te flitsen.
“Ja! Dat is onze lift! Dank je wel voor je hulp, en voor de uitleg.” Nog voor ik iets kan zeggen krijg ik van beide jongens een zoen vol op mijn wang, waarna ze dolblij in de auto springen en wegrijden.

Sommige avonden zijn gewoon een beetje raar…

Share this

1 Comment

  1. Waarom is er ineens een auto? Ze wilden toch op je fiets. En waren te vroeg uitgestapt.
    Tini

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

© 2019 Leest&Maakt ‘t

Theme by Anders NorenUp ↑

error: Content is protected!!