Tag: zomer

Een leerzame zomerdag in de natuur

De zon schijnt, de temperatuur is zomers, iedereen heeft vakantie. Kortom, het is tijd om naar buiten te gaan. Barbecueën,  zwemmen, wandelen, of gewoon ergens in het bos of op het strand genieten van de natuur.

Als ik midden in het bos sta bedenk ik me pas dat de zomer eigenlijk een heel verrassend seizoen is. Alles wat in de herfst en winter is stilgevallen, is in de lente weer actief geworden. Bomen kregen knoppen, vogels bouwden nestjes, en zoogdieren begonnen te paren. Maar het is de zomer die me het meeste fascineert. Waar ik nu ook rondkijk, ik zie bomen die zes maanden geleden helemaal kaal waren, weer volledig groen kleuren. Nieuwe dieren strekken hun poten, vleugels, en vinnen terwijl het hier in het bos bruist van het leven. Een half uurtje hier, en mijn hoofd is weer volledig tot rust gekomen alsof je ergens ineens beseft dat de mens ook maar gewoon deel uitmaakt van de cirkel des levens.

Gelegen in het gras staar ik naar de boom boven me. Er zit een vogel op een tak te zingen. Als ik zo stil blijf liggen vindt het beestje het kennelijk niet storend dat ik er ben, of vorm ik in ieder geval niet genoeg bedreiging voor het dier om zich stil te houden. Ik hou van vogels, dus het geluid van het tjilpende beestje zorgt voor een glimlach op mijn gezicht. De boom en ik kunnen het ook goed met elkaar vinden. De hete zomerzon is iets waar ik voor wegvlucht, dus de schaduw van de bladeren is een welkome afwisseling met de rest van het open veld. Ineens landt één van die bladeren op mijn gezicht, en even zie ik niets anders dan groene contouren terwijl ik verbaasd overeind kom. Het blad dwarrelt op mijn schoot en ik kijk naar de vorm, en de fascinerende vertakkingen die het blad in stand houden. Eigenlijk weet ik niets van bomen. Waar ik onder lig zou in mijn oogpunt een eik, een kastanje, of een berk kunnen zijn maar ik zou het niet kunnen zeggen. Net als die vogel die daar net zo enthousiast mijn persoonlijke radio zat te spelen. Is het een koolmees? Een merel? Een roodborstje misschien? I

666824609[1]Terwijl ik thuis kom denk ik hier eigenlijk nog steeds over na. Ik hou van de natuur, en ik geniet ervan. Maar als het puntje bij paaltje komt weet ik er werkelijk niets vanaf. Over de jaren heen zijn er natuurlijk genoeg methodes bedacht voor leken om onderscheidt te kunnen maken tussen soorten. Één van die methodes is de Reader’s Digest Veldgidsen. Al jaren worden deze niet meer herdrukt en liefhebbers moeten het inmiddels doen met tweedehands exemplaren. Maar dat betekent niet dat ze minder mooi zijn, en minder fascinerend. Gelukkig denkt mijn familie er ook al jaren zo over. Gretig trek ik de bomengids uit de kast, nu toch wel nieuwsgierig welke boom mij zo genereus heeft laten genieten van de schaduw die zijn takken en bladeren mij schonken.

Het was een esdoorn, en wel een Acer pseudoplatanus om precies te zijn. Dat had ik nooit geraden. Sterker nog, tot drie minuten voor dit stukje wist ik niet eens dat er zoveel verschillende soorten esdoorns bestaan, die ook allemaal verschillende bladeren, kleuren en bast-soorten hebben. Of dat die grappige zaden die mijn ouders ‘helikoptertjes’ noemen van de esdoorn komen. Ik zou waarschijnlijk net zoveel over mijn gevederde vriendje kunnen leren, als ik nog wist hoe hij/zij er nou precies had uitgezien. Toch denk ik niet dat ik de gidsen snel mee naar buiten zou nemen. Ik zou bang zijn dat ze kapot gaan of nat worden. Bovendien zou ik dan enkel de hele dag zitten lezen en leren, in plaats van rustig van de natuur te genieten.

Een heerlijk hapje hamburger, maar dan net iets anders

Het is nog zomer. Misschien het laatste staartje ervan, maar dan nog. Tijd voor barbecueën, tijd voor familie, vrienden, en eten. Tijd voor hamburgers!

Vorig jaar schreef ik op rond deze tijd over de eerste hamburger. En nu de zomer zijn einde weer nadert is het mogelijk tijd voor de laatste keer barbecueën. En wat gaat daar niet beter bij dan hamburgers? Toch is een hamburger complexer dan je in de eerste instantie zou denken.

Photo credit: ArmandoH2O via Foter.com / CC BY

Photo credit: ArmandoH2O via Foter.com / CC BY

Vlees
De basis van een hamburger is: de burger. Maar zelfs die is complexer dan je zou denken. Want is die burger gemaakt van rund, kip, kalkoen, tofu, soja, of… iets heel anders? De tijd dat een hamburger moest bestaan uit vlees was al over toen de eerste veggie burger werd gebakken in de jaren ’60. Ineens waren burgers gemaakt van courgette, zaden, rijst, of soja en tofu zo gek niet meer en zelfs grote fast-food-ketens verkopen inmiddels groenteburgers.

Maar zelfs de hoogtijdagen van de vegetarische burger beginnen te veranderen. Want waar het broodje nu nog wordt gedomineerd door vlees of een vleesvervanger, zoals paddenstoelen, begint ineens geluid te klinken om zelfs die twee van de burger te weren. Insecten als vleesvervanger, bijvoorbeeld. Insecten zitten tjokvol proteïnen en zijn daarmee gezonder (en aanzienijk talkrijker) dan vlees. In de buurt van het Victoriameer weten de inwoners dat al jaren. Tijdens het paarseizoen van zogenaamde eendagsvliegen, worden ze zo geplaagd door grote kolonies insecten dat ze er een perfecte oplossing voor hebben: ze vangen en opeten. Om dat te doen staan de bewoners buiten met pannen te zwaaien om de vliegen met honderden tegelijk te vangen en tot burgers te kneden. In elke burger zitten ongeveer 500.000 van de insecten, en één vliegenburger is wel zeven keer voedzamer dan hetzelfde formaat gewone hamburger.

De vliegenburger is trouwens ook aanzienlijk goedkoper dan een ander alternatief op vlees van dieren: de kweekburger. In augustus 2013 werd de eerste hamburger gemaakt van kweekvlees gepresenteerd en opgegeten. Eerder werd ook al kweekvlees gemaakt, maar niet met de bedoeling het op te eten. Critici hadden als enige kritiek op de hamburger dat hij minder sappig smaakte, omdat het vlees geen vet bevatte. Een ander nadeel aan deze methode van hamburgers maken? Kweekvlees kost ongeveer 250.000 dollar per 100 gram! En het kost drie maanden tijd om genoeg vlees voor één burger te creëren. Dan zijn vliegen een stuk goedkoper.

Feestcalypso2[1]
Wij zien barbecueën misschien enkel als gezellig tijdverdrijf, leuk met vrienden en familie, maar in vroegere tijden was een dergelijk feest een heilig iets. Sterker nog, als je de wetten van de xenia (de goddelijke gastvrijheid) brak bij de oude Grieken kon je zelfs ter dood worden veroordeeld! Als de goden je niet voor die tijd al barbecueden met een bliksemschicht… Feesten in de oudheid werden gezien als de manier om banden met elkaar aan te halen, want als iemand jou als gast ontving moest jij dat later ook doen als diegene bij jou op de stoep stond. Het was dus de manier om oorlogen en strijd te voorkomen, op een manier die bovendien zeer vermakelijk was. Het meest beroemde voorbeeld staat in de Odysee, waar Odysseus koning Tyndareus adviseert dat iedereen die naar de hand van zijn dochter Helena (ja, die Helena…) dingt een eed moet afleggen. Willen ze meedingen, en genieten van het feest dat Tyndareus hen aanbiedt, dan zijn ze vanaf dat moment trouw aan elkaar in tijd van oorlog. Deze eed, bezegeld met gastvrijheid en dus heilig, resulteerde uiteindelijk in de Trojaanse oorlog.
Op dat soort feesten werden trouwens absoluut geen vliegenburgers geserveerd. Gegrild vlees, vaak hele zwijnen, en grote schalen fruit en brood werden daar genuttigd. Weggespoeld met veel alcohol natuurlijk. Eigenlijk klinkt dat helemaal niet zoveel anders als onze moderne barbecue.

Voor degenen die door al dit gepraat over barbecues en eten honger heeft gekregen, maar die op geen enkele manier een vliegenburger wil gaan vangen en maken, zijn hier nog een paar heerlijke recepten.  Genoeg inspiratie voor heel wat plezier met pannen, barbecues, en in ieder geval heel veel vrienden. Want je weet immers maar nooit wanneer je bondgenoten moet kunnen oproepen om ten strijde te trekken.

De eerste bikini – Vandaag in

NaamloosVandaag in 1946 werd ‘s werelds eerste bikini aan het publiek getoond. Strandliefhebbers hebben hier de Fransman Jacques Heim voor te danken, ook al werd zijn model al snel verbeterd door concurrent Louis Réard.

De uitvinding van een charmanter vrouwenkledingstuk voor op het strand, was een race tussen Franse ontwerpers. Het land van de Moulin Rouge en de Stad van de Liefde wilde een charmant kledingstuk voor vrouwen, wat een verassing…  Heim won de race door als eerste met een badpak dat uit twee delen bestond op de markt te komen, maar zijn model was nog redelijk ‘zedig’ met een hoge taille waardoor de navel bedekt was en een bh-achtige top. Het verscheen op 3 juni 1946, en hij promootte het door modellen te laten dragen. Ook Marilyn Monroe liet zich erin fotograferen. Hij noemde het badpak de Atom, vernoemd naar de atoom: het allerkleinste deeltje op aarde, omdat dit de kleinste badkleding was voor vrouwen.

Bom
Heim werd echter al snel ingehaald. Een maand later, op 5 juli, toonde Louis Réard zijn model, wat een stuk gewaagder was en wat wij vandaag de dag nog kennen als de bikini. Deze bikini bestond eigenlijk meer uit een paar touwtjes met stukjes stof ertussen, en vanwege de hoeveelheid blote huid kon Réard geen enkel model overhalen het voor hem te dragen. Daarom huurde hij Micheline Bernardini, een 19-jarige danseres in om het te dragen. Zij werd daardoor in één klap immens populair. Réard noemde zijn kledingstuk bikini, naar het eiland waar de Verenigde Staten een paar dagen eerder voor het eerst nucleaire bommen hadden getest. Réard hoopte dat zijn ontwerp ‘zouden inslaan als een bom’, net als de nieuwe nucleaire wapens. Waarna hij stelde dat een bikini geen bikini was, tenzij deze zo weinig stof had dat hij door een trouwring gehaald kon worden.

Schandaal
Waar wij de bikini niet meer weg kunnen denken van het strand en de rand van het zwembad, maar in 1946 was het ding nogal een schandaal. Het Vaticaan noemde het kledingstuk zondig, en tijdens de Miss World Contest in 1951 was het verboden om een bikini te dragen tijdens de ‘badpakkenronde’. België en Australië verboden het kledingstuk bij wet. Amerikaanse verslaggevers stelden dat het een typisch Frans kledingstuk was, dat nooit in de VS gedragen zou worden. Heim’s bikini werd gedragen, maar over Réard’s bikini werd gepraat.

Maar opnieuw mocht Heim er niet lang van genieten. Want toen de Franse actrice Bridgette Bardot in Réard’s bikini op het strand lag tijdens het Cannes Film Festival in 1953 was Heim’s succes verkeken. In 1962 verscheen Ursula Andress als Bond-girl als eerste op het witte doek in een bikini. Vanaf toen liep het storm en je kunt zelf zien deze zomer hoe dat is geëindigd. Réard’s bikini is sinds het nieuwe millennium officieel het populairste soort strandkleding onder vrouwen, Heim is daardoor uit de geschiedenisboeken verdwenen.

De archeoloog in de kuil

IMG_4093Terwijl de mist langzaam wegtrekt, staar ik naar de aarde onder mijn voeten. Vlekkerig door de verschillende grondsoorten die vermengd zijn door eerdere verstoring van de bodem.
Terwijl ik hier over nadenk, hoor ik vaag gezoem van auto’s die langs ons heen schieten. We hebben nog geluk dat niet iemand een leeg blikje naar ons gooit want in de afgelopen nacht zijn er meerdere in de kuilen belandt. Zo naast de snelweg, is het een reële kans dat er tijdens de dag ook nog eentje zo eindigt. De bestuurders die over de snelweg schieten zien ons immers amper, verstopt als we zijn door de hopen zand en de muren van onze kuilen. Ik strek mijn rug, kijk naar de wanden van aarde om me heen en dan naar de lucht boven me. Het is zonnig, het beloofd een warme dag te worden. Door mijn geringe lengte kom ik nauwelijks boven de kuil uit!

Bij een archeologische opgraving kom je op de meest uit een lopende plaatsen terecht. Maar wanneer je direct naast de snelweg in een kuil staat te graven in een knaloranje outfit, heb je erg de behoefte om een ‘chain-gang song‘ op te zetten om in een bepaald tempo door te gaan. Omdat er echter geen internet is om de Youtube playlist op te zetten, luister ik maar naar het gezoem van de snelweg en het geschraap van de schep tegen de grond. Beiden vertonen geen enkel ritme…

Bij gebrek aan beter, vullen de vondsten-zakjes zich met kiezels. Dat klinkt vreemd, maar deze kiezels worden later gebruikt om te bepalen uit welke tijd de grond komt en of deze mogelijk later is omgewoeld waardoor archeologische resten verdwenen zijn. Ze lijken op suffe stenen, maar zijn dus ergens nog wel nuttig voor onderzoek. De blauwe hemel was net nog zo mooi, maar begint langzaam maar zeker een kwelling te worden als de zon blijft klimmen en de temperatuur op blijft lopen. Het koele briesje dat de bladeren van omliggende bomen doet ruizen, valt niet in mijn kuil, en ik snak naar een slok water en een kop sterke koffie. Twee dagen graven, warm weer, dikke wegwerkers-kleding ter bescherming, en enkel kiezels als vondsten. Het is een bron voor pure frustratie bij een archeoloog. Ineens vliegt er toch een blikje door de lucht, recht mijn kuil in. Hij mist mijn hoofd op een millimeter na. Cola-druppels belanden op mijn kleding, de rest loopt uit het blikje de aarde in. Ik veeg het zweet van mijn voorhoofd en zet mijn schep in de grond. Het is genoeg, het is tijd voor een pauze.

De ijsmakers maakt je vooral hongerig

In de zomer draait het tijdens hete dagen maar om één ding: ijs! Tijdens een hittegolf staan er lange rijen voor de Italiaanse ijssalons in Nederland. Sommigen van deze ijssalons worden al jarenlang door dezelfde familie beheerd. Over zo’n familie, met al hun emoties, oppervlakkigheden en keuzes, gaat De ijsmakers.

9200000030638557[1]Een boek over familiedrama, liefde en ijs. Het lijkt een perfect zomerrecept, en dat is De ijsmakers ook eigenlijk. Luchtig, niet te serieus, met een vleugje drama en watertandende ijsformules. Vijgen-amandelijs, het klinkt als de koude versie van een heerlijke taart. Citroen-salieijs, waar kan ik dat in vredesnaam echt krijgen? Het ijs uit De ijsmakers spreekt tot de verbeelding, een hele slimme formule van schrijver Ernest van der Kwast. Het enige nadeel is, is dat dat ook het enige is wat je aan het einde van het boek nog herinnert: het ijs. En dat je honger hebt gekregen.

Luchtig
Een luchtig boek is nooit vervelend, zeker niet als je het voor de zomervakantie koopt. De ijsmakers is echter zo luchtig dat het neigt om vergeten te worden zodra het is dichtgeslagen. De ‘hook’ die je aan je kraag door de pagina’s heen sleept en zorgt dat je het niet weg kan leggen ontbreekt een beetje.
Dichtregels van zeer bekende gedichten vullen de leegte op, doordat het boek daardoor niet alleen interessant is voor boekenwurmen maar ook voor poëzie-liefhebbers. Het is echter net niet genoeg om een echte meeslepende tranentrekker te produceren. De oppervlakkige toon grijpt de lezer niet bij de lurven, en het taalgebruik is net zo luchtig als dat zomerbriesje in de Italiaanse bergen. En lang niet zo zwaarbeladen met drukkende zomerhitte.

Zwembadrand
Toch zou ik De ijsmakers niet helemaal afschrijven. In de zomervakantie kun je best een pil meenemen, maar er bestaat een zeer grote kans dat je die toch niet leest. Dat zal De ijsmakers wat minder snel overkomen. Die lees je wel uit, juist omdat hij zo luchtig is en omdat hij over heerlijk, verkoelend ijs gaat. Ideaal voor aan de zwembadrand tijdens een hete zomerdag. Ben je echter bezig met een zeer actieve vakantie, of verdoemd tot een regenachtige camping op Texel? Dan zou ik het thuis laten liggen, Dan ben je er te moe voor ‘s avonds of heb je wat stevigers nodig om de lange dagen door te komen.

De ijsmakers
Helemaal in het noorden van Italië ligt de vallei van de ijsmakers: een tiental dorpjes dat al generaties lang gespecialiseerd is in het bereiden van ijs. Volgens Giuseppe Talamini is het er zelfs uitgevonden. Zijn familie vertrekt elke lente naar de ijssalon in Rotterdam, in de winter keren ze terug naar de bergen. Maar zijn zoon Giovanni besluit met de traditie te breken. Hij is gegrepen door de poëzie en schopt het tot directeur van een groot poëziefestival. Op een dag doet zijn jongere broer Luca, die niet alleen de ijszaak in Rotterdam heeft gekregen maar ook het mooiste meisje van het dorp, hem een hoogst ongebruikelijk verzoek. Dan komt Giovanni voor de keus te staan nog eenmaal het belang van de familie te dienen of definitief voor zichzelf te kiezen.

Ernest van der Kwast. De ijsmakers / De Bezige Bij / 9789023486381

© 2017 Leest&Maakt 't

Theme by Anders NorenUp ↑

error: Content is protected!!