Tag: Thomas Rap (page 1 of 2)

Jongens, ik wil nu toch écht beginnen met grinniken

Leraar zijn, dat is toch heel makkelijk? Nou, niet als je Johan Goossens mag geloven. In zijn nieuwe bundel, Jongens, ik wil nu toch écht beginnen, wijdt hij opnieuw uit over het leraarschap. En het is opnieuw hilarisch.

Het leraarschap, zeker in het vmbo-onderwijs, is iets waar soms laatdunkend over wordt gesproken. Het zou niet moeilijk zijn, als je zelf hebt gestudeerd wordt het gezien als ‘onder je niveau’. Hierbij vergeten mensen vaak hoe belangrijk een goede leraar kan zijn voor een opgroeiend kind. Dat een ongemotiveerde leraar een vloek voor het vak is.

Persoonlijk
Johan Goossens heeft in zijn eerdere bundel, Wie heeft er wel een boek bij zich?al aangetoond het soort leraar te zijn die een persoonlijke band met leerlingen opbouwt om hen zo bij te kunnen staan en te steunen. In het vervolg daarvan laat hij zien hoe ver die band soms kan gaan, en hoe ingewikkeld de lijn tussen ‘persoonlijk’ en ‘te intiem’ soms is. Daarnaast ligt hij ook een tipje van de sluier over zijn persoonlijk leven. Hoe is het bijvoorbeeld om als homo omringt te zijn door testosteron-bommen, midden in een bar in Japan? En hoe gaat men om met een passief-agressieve schoonmaakster? Allemaal interessante vragen, waar Goossens geen antwoord op geeft maar die hij wel in een hilarisch jasje weet te gieten.

Jongens, ik wil nu toch écht beginnen is luchtig, simpel, vermakelijk, en tegelijk openbarend omdat het situaties zijn waar iedereen wel in verzeild kan raken. En dat is de kracht van een column.

Jongens, ik wil nu toch écht beginnen
Wat moet je doen als een leerling je waarschuwt voor een aanslag, morgenochtend op het Centraal Station? Als je klas die ‘fokking toets’ niet wil maken omdat die toch niet meetelt? Als je favoriete leerling van school dreigt te worden getrapt? Als je in een vlaag van verstandsverbijstering een stacaravan hebt gekocht? Als je ruzie hebt met je Roemeense schoonmaakster? In zijn nieuwe bundel schetst Johan Goossens kleurrijk wat hij ziet en meemaakt. In de klas op een ROC in de Randstad, maar ook bij de kaasboer. In Tokio. In de homosauna. In een straat vol daklozen in Los Angeles. Zijn blik is relativerend, zijn dialogen vol humor en mededogen.

Johan Goossens. Jongens, ik wil nu toch écht beginnen / Thomas Rap / 9789400404830

Niet iedere leraar verandert een leven.

School is maar school, en de meeste docenten zijn gewoon heel gewoon ‘docent’. Maar er zitten altijd uitblinkers tussen, ten goede of ten kwade. De leraar die mijn leven veranderde bundelt al die pareltjes tot een vermakelijk herkenbaar boek.

9200000051724731[1]Tijdens het lezen van De leraar die mijn lever veranderde moest ik terugdenken aan mijn eigen schooltijd, basis en middelbaar. Ik was geen uitzonderlijke leerling, hoogstens een uitzonderlijke kletskous die er een handje in had om me er met een leien dakje af te maken. Toch zijn er wel een paar docenten geweest die indruk op me hebben gemaakt. Zo was er op de basisschool juf Peggy, die ik drie jaar lang had en waar ik dol op was omdat ze me in alle rust liet lezen (de enige momenten dat ik mijn klep eens dicht hield). Op de middelbare school zijn er twee docenten die een onuitwisbare indruk hebben achtergelaten, Harry en Fred. Fred was onze tekenleraar met wie ik in mijn eindexamenjaar vanaf dag één een soort oorlog voerde die iedereen in het klaslokaal kon voelen hangen. Ik was te koppig, hij geen goede docent. We hebben beiden fouten gemaakt, en mijn korte lontje maakte het natuurlijk allemaal niet veel beter. Ik kan me voorstellen dat hij me grommend heeft laten slagen voor zijn vak. Harry was een heel ander verhaal. Harry was mijn mentor en gymleraar in de bovenbouw. Ik ben er nog altijd van overtuigd dat Harry ervoor heeft gezorgd dat ik mijn middelbare school uiteindelijk moeiteloos (behalve dat tekenen) heb afgemaakt, en vanuit daar ben doorgerold naar de universiteit.

Herkenbaar
Net zoals ik een verhaal over een leraar heeft, hebben de meeste mensen dat wel en daarom is De leraar die mijn leven veranderde zo leuk. Het is herkenbaar, en de korte verhalen zorgen ervoor dat je het boek over verschillende dagen (of weken, of maanden) kunt lezen. Want je hebt niet altijd zin in een verhaal over school. Het leuke aan de korte verhalen is ook de diversiteit van de schrijvers. De stijlen van Siebelink, Wieringa, en Goossens zijn immers werelden verschil en dus is er voor iedereen wel iets wat hen aantrekt.

De leraar die mijn leven veranderde
De leraar Nederlands die je na de les een roman in handen drukt en je aanmoedigt om zelf te gaan schrijven. De docent op de toneelschool die je een podium geeft om vol overgave jezelf te zijn. De scriptiebegeleider die je tot het uiterste tergt. Een leraar kan een onuitwisbare indruk achterlaten, iets in je naar boven halen wat je zelf niet vermoedde en je inspireren nieuwe wegen in te slaan.

Herkenbare, leerzame en ontroerende verhalen: De leraar die mijn leven veranderde is een eerbetoon aan het onderwijs en aan die ene persoon die alles anders maakte.

De leraar die mijn leven veranderde / Thomas Rap / 9789400405523

Taal: van cliché tot tegeltjeswijsheid

Taal is iets dat iedereen verbind, maar het ergste dat je kan hebben is dat iemand je confronteert met ‘je hebt een stopwoordje’. Of de variant ‘stopwoordjes’ (meervoud), of zelfs stopzin! Kennelijk heeft iedereen vreselijke taalcliche’s, gemixt met familiewijsheden…

9200000036299700[1]Boeken met zinnen die iedereen altijd zegt, of met wijsheden zijn altijd handig om bij de hand te hebben als schrijven je vak is. Waarom denk je dat er zoveel schrijfwijzers zijn? Mijn moeder zei altijd is op zichzelf een inspiratiebron voor heel wat grappige human-resource-artikelen. Want wie houdt er nou niet van tegeltjeswijsheid? Tegelijk is er nog zo’n hilarisch taalboekje verschenen. Jarenlang schreven twee mannen alle stopzinnetjes op, die men slechts tien miljoen keer gebruikt in het leven. Jij gebruikt die echt nooit? Nou, sla die pagina’s dan maar eens open want het is haast choquerend hoe vreselijk cliché je zelf bent!

Verwacht geen taalkundige hoogstandjes van deze boeken, want daar zijn ze ook niet voor geschreven. Ze zijn voornamelijk grappig, vermakelijk, misschien zelfs nog wat informatief als je taalstudies doet. Maar meer niet. Wel zijn ze aanwinsten voor iedere taalliefhebber, of schrijver en diens boekenkast!

Mijn moeder zei altijd
Wat zei je moeder altijd als je op een koude dag de deur open liet staan? “We stoken niet voor de vogels” – of “voor de KLM”. En je vader, wanneer je als puber zat te mokken? “Heb je geen zin, dan máák je maar zin.” Had je een kersenpit doorgeslikt, dan zei opa geruststellend: “Wat door de roeper kan, kan door de poeper.” Of moeder, liefdevol: “Stik niet, kind. Je hebt geld gekost.” Het woordenboek halen ze vaak niet, die nuchtere wijsheden van onze ouders en grootouders. En dus deed Jaap Toorenaar een oproep in Onze Taal, die al snel door andere media werd overgenomen. Uit de duizenden geestige, wijze en ontroerende uitspraken die binnenstroomden stelde hij deze prachtige bloemlezing samen. Mijn moeder zei altijd is de eerste inventarisatie van Nederlandse familiespreuken, en daarmee het officieuze geschiedenisboekje van onze opvoeding.

9200000040876739[1]‘Dat hoor je mij niet zeggen!’
Taalclichés, dat zijn dingen die we, zonder erbij na te denken, allemaal weleens zeggen. ‘Het houdt op met zachtjes regenen’ wanneer de hoosbui eindelijk losbarst, ‘Het is wel goed voor de tuin’ om de moed erin te houden, of ‘Je bent toch niet van suiker’ als de ander zich door wat nattigheid laat weerhouden. Maar niet alleen bij het weer komen ze van pas. Je hoort ze ook uit je mond rollen als er bezoek is (‘Kon je het vinden?’), in het verkeer (‘Zo, die heeft haast!’), tegen kinderen die geen poot uitsteken (‘Het is hier geen hotel!’), als je ter zake wilt komen (‘Maar waar ik eigenlijk voor bel…’), en bij feesten en partijen (‘En, voel je je een beetje jarig?’). Taalkundigen Wouter van Wingerden en Pepijn Hendriks noteerden dertien jaar lang de allerbeste clichés. Een bonte verzameling: pijnlijk herkenbaar, zeer geestig en altijd handig, bij alle denkbare gelegenheden.

Jaap Toorenaar. Mijn moeder zei altijd Thomas Rap / 9789400400801
Wouter van Wingerden & Pepijn Hendriks. ‘Dat hoor je mij niet zeggen!’ / Thomas Rap / 9789400405110

Pinguïnlessen zijn hele belangrijke lessen

Pinguïns zijn grappige dieren, daar is de wereld het al over eens sinds de film Penguins of MadagascarMaar in zijn boek De pinguïnlessen toont schrijver Tom Michell dat je van de vogels ook veel kan leren.

9200000046575213[1]Wat kan een pinguïn je nou leren? Goede vraag… Tom Michell legt dat in zijn boek haarfijn uit op een hele luchtige, en vooral grappige toon. Want wie neemt er nou in vredesnaam zomaar een pinguïn mee?! Nou, Michell dus! En hij weet er werkelijk iedereen mee te vermaken. Dit is een boek over het belang van vriendschap, bij elkaar horen, blijdschap,vertrouwen, en over het genieten van kleine dingen. Kennelijk valt er op die vlakken nog best iets te leren van een pinguïn.

Ontroerend
De liefde tussen een mens en een dier is iets dat Disney al jaren gebruikt in films. Maar het verhaal van Michell en Juan Salvador Pinguïno is naast schattig, voornamelijk erg ontroerend. Het gedrag van het dier, zoals beschreven in het boek, is zo menselijk dat je met de pinguïn gaat meeleven. Hij krijgt een naam, een persoonlijkheid, een leven, en alles dat daarbij hoort. Juan Salvador weet zich na enkele pagina’s al spartelend in je hart te nestelen, en gaat daar niet meer weg.

Waar is de pinguïn?!
Gezien Juan Salvador Pinguïno zo’n fantastisch figuur is om over te lezen, zijn alle momenten in het boek zonder hem eigenlijk maar wat saai. Een soort globaal reisverslag, meer niet. Geen pinguïn, geen leven, zo lijkt het voor De pinguïnlessen te zijn verdeeld. Want ja, als jij kan kiezen tussen een pinguïn, en een verwende Engelse jong volwassene, wie kiest er dan niet voor de vogel?

De pinguïnlessen
Het is begin jaren zeventig als de jonge Engelsman Tom Michell vakantie viert in Uruguay. Vlak voordat hij in Buenos Aires zijn eerste baan als leraar op een kostschool zal aanvaarden, verblijft hij enkele dagen in een badplaats aan zee. Wanneer hij over het strand loopt, ziet hij honderden met olie besmeurde pinguïns liggen. Allemaal dood, op één na. Tom besluit deze pinguïn te redden en neemt hem mee naar zijn smetteloze appartement, waar hij het arme beest van alle olie probeert te ontdoen. Hij lapt hem weer op, maar als Tom de pinguïn terugbrengt naar het strand wil het dier hem niet meer verlaten. Er zit niks anders op: Tom neemt de volgzame pinguïn, die hij Juan Salvador noemt, mee naar de kostschool, waar hij de harten verovert van docenten en scholieren. Zo begint een geestig, ontroerend en hartverwarmend verhaal over een bijzondere vriendschap tussen een mens en een dier.

Tom Michell. De pinguïnlessen / Thomas Rap / 9789400406216

Iedereen gaat wel eens Onder het mes

Chirurgie, in welke vorm dan ook, is ongeveer zo oud als de mensheid zelf. Of in ieder geval zo oud als de eerste samenlevingen. Onder het mes neemt je mee door de ontwikkelingen van de chirurgie, hoewel het wel een trage wandeling is.

9200000030638652[1]De chirurgie van vandaag is natuurlijk niet te vergelijken met wat de Grieken of Egyptenaren deden, maar toch ligt veel van de grondslag van de moderne geneeskunde daar. En ook de tactieken uitgevoerd in de Middeleeuwen zullen nu niet als erg nuttig, ethisch verantwoord, of zelfs maar als enigszins verstandig worden gezien. Toch hebben we daar ook iets van geleerd. De medische wetenschap heeft vele stappen gekend, allemaal van belang voor het heden en de toekomst.

Diagonaal
Hoewel we eeuwenoude behandelingen meestal naast ons neerleggen als ‘achterhaald’, is het af en toe mogelijk om een link te leggen tussen die oude behandelingen en het heden. Een goede, of een slechte connectie. Waar het vroeger een prestatie was om als chirurg een zo vies mogelijke outfit te hebben, lopen chirurgen nu in blinkend schone jassen. Hoe kan iets zo veranderd zijn in de loop der jaren? Onder het mes probeert daar wat licht en helderheid op te werpen, maar je raakt makkelijk verdwaald in de warboel die de medische wereld en de medische ontwikkeling is. Terminologie en beschrijvingen zijn het belangrijkste uit het boek, maar het meest interessante zijn de persoonlijkere verhalen. Hoe werd de Franse Zonnekoning behandeld? Waaraan overleed Lenin? Werd Houdini geveld door één van zijn eigen trucs?  Al deze verhalen vormen een interessante maar trage wandeling door de verloop van de geneeskunde, waarbij je snel geneigd bent om stukken diagonaal te lezen.

Chronologie?
Een van de nadelen aan het boek, is het gebrek aan chronologie. Zo schiet je van behandelingen die zijn uitgevoerd in de tijd van Kennedy, terug naar de Perzische koning Darius, om daarna weer door te schieten naar de tijd van Marlene Dietrich. Het is soms een beetje verwarrend, zeker als je probeert te bedenken in welke tijd je je bevindt. En daardoor is het lastig om te achterhalen welke behandelingen eerder zijn ontwikkeld dan anderen. Je gaat je dus al snel focussen op de hoofdstukken als losstaande dingen. Ook een ding: had er naast de medische term van een behandeling (waarnaar de hoofdstukken vernoemd zijn) niet even de ‘normale bewoording’ gezet kunnen worden? Nu moet je immers maar raden dat een ‘longcarcinoom’ hetzelfde is als ‘longkanker’.

Maar wie wil lezen over ‘s werelds eerste anesthesie, over de risico’s van blaasstenen of over het zetten van breuken in andere tijden, moet dit boek zeker in de boekenkast hebben. Het is ook een ideaal cadeautje voor geneeskundestudenten.

Onder het mes
`Chirurg betekent letterlijk `handenman , al sinds mensenheugenis heeft de chirurg de taak om mensen op te lappen in tijden van nood. Van de donkere eeuwen van aderlatingen en onverdoofde beenamputaties tot de huidige steriele, hightech operatiekamers; in dit boek neemt chirurg Arnold van de Laar je mee op een reis door de weerbarstige geschiedenis van de heelkunde. De patiënten die in zijn verhaal figureren zijn niet de minsten: keizerin Sissi (neergestoken), Lodewijk XIV (fistel aan zijn anus), paus Johannes Paulus II (stoma), J.F. Kennedy en Lee Harvey Oswald (schotwond), Lenin (herseninfarct), Houdini (blindedarmontsteking), Albert Einstein (aneurysma), Bob Marley (melanoom onder zijn teennagel). Aan de hand van de meest tot de verbeelding sprekende medische geschiedenissen laat Van de Laar kwesties uit verleden, heden en toekomst de revue passeren. Zijn toon is helder, vakkundig en vol relativerende humor. Onder het mes is daarmee een rijke medische en culturele geschiedenis, en een moderne anatomische les voor iedereen.

Arnold van de Laar. Onder het mes / Thomas Rap / 9789400402294

Older posts

© 2017 Leest&Maakt 't

Theme by Anders NorenUp ↑

error: Content is protected!!