Tag: psychologie (page 1 of 3)

Wie (niet) reist is gek is nog een understatement

Sommige boeken weten precies de juiste snaar te raken, wat ze bijna gevaarlijk maakt. Wie (niet) reist is gek is zo’n boek, dat met psychologie en persoonlijke verhalen precies de reisgekte weet te verklaren.

Om te beginnen een waarschuwing: wie Wie (niet) reist is gek leest wil tegen pagina 30 al op vakantie! Ik stond na de eerste pagina’s nog net niet een vliegticket te boeken, waar naartoe dat maakte me zelfs niet meer uit. De verbeelding en de drang tot ontdekken wordt zodanig aangewakkerd door Ap Dijksterhuis dat het bijna niet mogelijk is om je te verzetten. Het enige wat mij uiteindelijk tegenhield waren meerdere verplichtingen in Nederland zelf…

Brein
In Wie (niet) reist is gek behandelt Dijksterhuis het  concept van ‘wegwee’, een gevoel dat ik herken, maar de psycholoog gaat er net iets dieper op in dan andere boeken doen. Dijksterhuis ontleed de drang tot reizen, en legt verbanden tussen op reis zijn en andere aspecten van het brein. Zo wordt, aan de hand van anekdotes, precies uitgelegd hoe het menselijk brein werkt op het gebied van creativiteit, inspiratie, en inlevingsvermogen, en hoe reizen daarvoor dient als een metaforische “verandering van spijs doet eten”.

Wie (niet) reist is gek vertelt een psychologisch reisverhaal dat je horizon verbreedt en dat je tegelijkertijd doet smachten naar meer.

Wie (niet) reist is gek
Volgens Dijksterhuis zijn de voordelen van reizen werkelijk onbegrensd en dat schildert hij met verve in een machtig panorama. In vliegende vaart en met veel humor voert hij ons mee van India tot de VS, van Ecuador tot Zanzibar, van Birma tot Iran, en van Wit-Rusland tot Bhutan. Hilarische, maar ook penibele reiservaringen verbindt hij aan verrassende psychologische inzichten. Wie (niet) reist is gek is verplichte kost voor iedereen die van reizen houdt, met slechts een rugzak of omringd door luxe in vijfsterrenhotels, naar verre oorden of dichter bij huis, actief of dromend in de leunstoel.

Ap Dijksterhuis. Wie (niet) reist is gek / Prometheus / 9789044632828 

Pesten: jong geleerd, oud eruit geschopt

Let’s name the elephant in the room, we hebben allemaal commentaar op kleine kinderen. Ze zijn gemeen tegen leeftijdsgenootjes, sluiten buiten, slaan en bijten, en maken elkaar het leven zuur. Schokkend nieuws: volwassenen zijn geen haar beter!

Photo credit: Foter.com

Pesten, het komt zo kinderachtig over en tegelijk is het van alle leeftijden. Sterker nog, ruim 71 procent van de volwassen mensen ziet anderen gepest worden, of is er zelf de dupe van. Zelf ben ik gepest als kind, want mijn naam rijmde, ik was klein, een boekenwurm, ik had een bril, en het zal vast ook niet hebben geholpen dat ik nogal driftig kon reageren. Wat me over de jaren bij is gebleven van dat gepest, is nog niet eens het buitengesloten worden, maar meer dat ik me altijd heb af heb gevraagd waarom mensen het nodig vinden elkaar te pesten. Die verwondering werd alleen maar erger in de paar jaren van het professionele werkende leven die ik tot nu toe heb meegemaakt.

Volwassenen
“Licht heeft een handje nodig op de set, om de steiger af te breken.” Ik sla nog net niet mijn hoofd tegen het bureau. Het is al de vierde keer dat licht iemand van productie naar beneden laat komen om met die Gr@#tver&***de steiger te helpen, en elke keer komt de assistent in kwestie na drie minuten weer boven met de mededeling dat het “toch niet nodig was”. Het is puur treiteren, lekker productie op stang jagen. Kijken of ik aan het schreeuwen of huilen te krijgen ben. Dan hebben ze nou net aan mij een hele foute, het enige resultaat is dat Licht handjes van productie inmiddels wel kan vergeten.

Waarom pesten volwassenen? Waar komt die eindeloze drang tot treiteren en elkaar het leven zuur maken toch vandaan? Uit onderzoek blijkt dat ‘pestkoppen’ vooral een slachtoffer willen om zichzelf dominanter en sterker over te laten komen, om beter te lijken dan anderen, en vooral ook om een zondebok te creëren. Dat ‘zondebok-argument’ lijkt erg sterk te zijn op de werkvloer. Want als je alle schuld op iemand anders kan schuiven, hoef je het lekker niet zelf te dragen en kan je dus naar je baas pronken met enkel overwinningen. Daarnaast is er ook het argument dat door iemand anders neer te halen en klein te houden, je jezelf erg groot en belangrijk zal voelen.

Gedrag
Het gedrag van iemand bewust vernederen, treiteren, en kwaad doen, zit diep ingebakken bij een pestkop. Het is gedrag dat er niet zo makkelijk uit te krijgen is, want als je als kind al gewend bent iemand anders als zondebok neer te kunnen zetten door die klein en zwak te laten voelen, dan zal dat gedrag geheid ook doorzetten als volwassene. Maar dat wil niet zeggen dat het moet worden goedgekeurd.

Veel menselijk gedrag is aangeleerd, en niet aangeboren, en in theorie kan het dus ook afgeleerd worden. In theorie, want de praktijk blijkt altijd lastiger. Degene die aan de bel trekt wordt gezien als verrader en buitengesloten. Er wordt beterschap beloofd, maar niet waargemaakt. Dus wat doe je als je als volwassene wordt geconfronteerd met een pestkop? Help je het slachtoffer, confronteer je de aanvaller, of pak je het probleem bij de wortels aan? Meerdere studies dat het bij kinderen misschien werkt om het slachtoffer weerbaarder te maken, maar dat het bij volwassenen aanzienlijk sneller gaat wanneer de belager op zijn/haar nummer wordt gezet. Dat is mogelijk ingewikkeld, zeker als het om een hiërarchische constructie gaat, maar dan nog zijn er dingen die ondernomen kunnen worden. Getuigenissen, hulp van hogere hand, of zelfs procedures zorgen ervoor dat je als werknemer echt wel sterker staat dan een pestkop je vaak wil laten denken. De tijd van achteloos wegkijken en het wegwuiven bij een biertje na werk is dus wel over. Het argument dat je als assistent maar moet accepteren dat je chef je dagen tot een hel maakt omdat “dat er nou eenmaal een beetje bijhoort, je doet het zelf straks ook” geldt echt niet meer. De vraag is alleen: wie gaat er serieus helpen om pesten eruit te schoppen? Want het blijkt inmiddels dat zelfs bejaarden elkaar pesten, dus de vraag is of er ooit iets echt gaat veranderen…

Chillende chinchilla’s, en andere relaxte dieren

De grote kooi staat midden in de kamer, je kan hem niet missen. Er in zitten twee pluizige chinchilla’s vredig tegen elkaar aan te hangen. Ze zien er ultiem relaxt uit. Het zet me aan het denken: van welke dieren kunnen wij nou echt leren chillen?

Doe eens rustig joh.

Net als velen ben ik vaak bezig met rennen en vliegen. De hele dag door ben je bezig met het ene klusje na het andere, tot je uitgeput op de bank zakt ‘s avonds en geen puf meer hebt voor wat dan ook. Het lijkt wel alsof het makkelijk is om relaxen te vergeten, vandaar dat ik zo gefascineerd ben door de chinchilla’s die ik op een dag in iemands huis zie. De twee beesten, die ik nog het meest vind lijken op sloffen met pootjes, hangen een beetje slaperig tegen elkaar aan in hun houten hangmatje. Dit is hoe chillen en relaxen hoort te zijn, en het is me duidelijk: dieren kunnen dat een stuk beter dan wij.

Hierbij dus een lijstje met inspiratie en tips om lekker te relaxen, afkomstig uit het dierenrijk:

  1. Rek je eens flink uit. Rekken en strekken zorgt voor een goede bloedstroom in je lichaam, wat niet alleen helpt om je alerter te laten voelen maar ook om spanning in je lichaam te verminderen en je gezonder te laten voelen. Katten strekken om die reden zo vaak, de dieren slapen niet alleen veel maar zitten vaak ook urenlang in dezelfde houding. Een goede rek en strek oefening helpt om je spieren weer ontspannen te krijgen.
  2. Slaak een hele diepe zucht. Longen vol lucht, een seconde vasthouden en dan allemaal eruit. Waarom het precies werkt is niet helemaal duidelijk, maar het effect van zo’n zucht is het best te merken bij katten. De viervoeters zuchten dan wel niet, maar het menselijke zuchten is het beste te vergelijken met spinnen en het is inmiddels bekend dat katten een speciaal soort spinnen gebruiken om stress te verlagen.
  3. Blaas stoom af door iets leuks te doen. Elanden zijn hier bijzonder goed in. De dieren staan bekend om te zwemmen, rond te spatten, en bellen te blazen in het water simpelweg als plezierige tijdsbesteding. Want wat is er nou ontspannender dan een beetje bellen blazen?
  4. Een warm bad doet wonderen. Het is onduidelijk wanneer de makaken in Japan voor het eerst de hete bronnen verkenden, maar inmiddels weten ook deze apen dat het heerlijk is om te ontspannen in het borrelende water. Tussendoor elkaar vlooien helpt bovendien goed voor de sociale contacten, ook al drinken mensen misschien liever een kop thee met elkaar.

    Een modderbad, heel ontspannend.

  5. Heb seks. Onderzoek toont aan dat zelfs met iemand zoenen al enorm stress-verlagend kan zijn, omdat het de hoeveelheid cortisol (een stress-hormoon) in het bloed verlaagd. Het klinkt niet zo vreemd als je bedenkt dat bonobo’s seks en intimiteit gebruiken om onder andere ruzies te voorkomen.
  6. Ga gewoon in het gras liggen en doe eens even niets. Nederlandse fotograaf Roeselien Raimond fotografeert vossen in de natuur, en ontdekte dat de enige manier om de dieren goed op de foto te krijgen is door net zo als de dieren in het gras te liggen, genietend van de zon, en even lekker tot rust te komen zonder dat je aan iets hoeft te denken.
  7. Of knuffel een boom. Koala’s hebben ontdekt dat een beetje tegen bomen aanhangen niet alleen zorgt voor schaduw, de koele bast en bladeren tegen je huid helpen ook om af te koelen. En als je daar dan toch zit kun je best lekker rustig een boek lezen of een dutje doen.
  8. En als laatste tip: mediteren. Vele studies tonen aan dat mediteren fantastisch werkt tegen stress, door gewoon even een momentje te nemen om je te focussen op je ademhaling en niet op de wereld om je heen. De maki’s in Madagascar lijken dit ook ontdekt te hebben. Zij gebruiken meditatieve poses om op te warmen in de zon, iets waarvoor ze andere taken (zoals het zoeken van eten) onderbreken.

Fifteen dogs, or fifteen ways to explain humans?

Human behaviour is an interesting concept, topic of thousands of studies. Yet there is still no answer what makes a human, human. Fifteen dogs tries to answer that ancient question, from the perspective of dogs.

Man’s best friend does not seem to have complex thoughts. They play, they eat, they sleep, they bark at a lot of things. So what happens if you give dogs human thoughts and emotions? That seems to be the question André Alexis was asking right before he wrote Fifteen dogs. It might not be a weird question though, I have met quite a few dog-owners whose fourlegged friends seems to show the same behaviour as them.

Greek
Some of the questions and dilemma’s raised in Fifteen dogs are as old as time. The great Greek philosophers tried to analyze and answer them, but they failed as did many after them. However, that is not the only connection with the ancient Greeks that Alexis uses in quite a brilliant way.

Whoever read the Illiad and the Oddysey written by Homer will notice similarities between those great works and Fifteen dogs. It is not the size, it is not the language, but the themes are rather similar. Hamartia, or ‘a fatal flaw leading to the downfall of a tragic hero or heroine’, is something not often experienced by a dog. A dog is supposed to be a simple creature, but Alexis’ dogs are more than that. As they gain human intellect and language, they also gain the flaws of humans, and the ability to detect and observe these in others. The result is an almost classic Greek tragedy, with a hero, with unhappiness, with an ending in death (whether or not deserved and fair). The Greek gods meddle once again in human, and dog, lifes with all the same results as in ancient times. This makes Fifteen dogs a very interesting tale, an eye-opener when it comes to the human mind, and a classic Greek tragedy that Shakespeare might have enjoyed (if he was a dog person).

Anthropologist
While reading, the reader gets the opportunity to observe gods, dogs, and humans as if they are all the same. You get to analyze, think, rethink, and judge as if you are a whole different being. Read about the ultimate human flaws purely by observing instead of experiencing them. The reader becomes an anthropologist, you are allowed to look but not to partake and therefore you can stay unprejudiced.

Fifteen dogs may seem like a fun book based on the concept, but it gets deep into the human psychological dilemma’s and questions quite fast. This makes it not the most easy book I’ve read during the last couple of months, but it is a book that makes you think and that deserves a nice little place on your shelfs.

Fifteen dogs
It begins in a bar, like so many strange stories. The gods Hermes and Apollo argue about what would happen if animals had human intelligence, so they make a bet that leads them to grant consciousness and language to a group of dogs staying overnight at a veterinary clinic.

Suddenly capable of complex thought, the dogs escape and become a pack. They are torn between those who resist the new ways of thinking, preferring the old ‘dog’ ways, and those who embrace the change. The gods watch from above as the dogs venture into unfamiliar territory, as they become divided among themselves, as each struggles with new thoughts and feelings. Wily Benjy moves from home to home, Prince becomes a poet, and Majnoun forges a relationship with a kind couple that stops even the Fates in their tracks.

André Alexis. Fifteen dogs / Serpent’s Tail / 9781781255582

Het grote verzamel-dilemma

Voetbalplaatjes, Pokemon-kaartjes, boeken, gereedschap, postzegels. Er bestaan duizenden soorten verzamelingen in de wereld, maar is verzamelen nou iets goeds of iets slechts?

16589789047_25982cdef0_c

darkday. via Scandinavian – CC BY

Iedereen verzameld wel iets in de loop der jaren. Als een kind zijn het misschien steentjes die je vindt op het strand, of een periode waarin postzegels ineens vreselijk interessant lijken. Bij de meesten houdt de drang tot verzamelen na een tijdje weer op, of beperkt het zich vanwege de gelimiteerde ruimte in een huis. Maar soms wordt verzamelen een dilemma, want wordt het nou tijd om dingen weg te gooien of wordt het tijd voor een groter huis?

Objecten
Wat is een verzameling precies? Als je een huis inloopt en je ziet tien boekenkasten staan, zie je dat dan als een verzameling?  Schrijfster Jeanette Winterson schreef ooit: “Book collection is an obsession, an occupation, a disease, an addiction, a faschination, an absurdity, a fate. It is not a hobby. Those wo do it must do it. Those who do not do it, think of it as a cousin of stamp collecting, a sister of the trophy cabinet, bastard of a sound bank account and a weak mind.”

Technisch gezien heeft Winterson gelijk dat ze stelt dat een boekenkast eigenlijk ook een verzameling is, want als de definitie van ‘verzameling‘ is een groep objecten van hetzelfde soort, die door iemand bij elkaar gebracht. Dat klinkt nogal vaag, en dat is het eigenlijk ook want door deze definitie bestaan verzamelingen in alle soorten en maten. Sommige zijn klassiek, zoals ‘s werelds duurste postzegel-verzameling (waarde: bijna 9 miljoen euro), of ‘s werelds grootste collectie boekenleggers (aantal: 103.009 verschillende boekenleggers). Maar sommige zijn iets ongewoner: ‘s werelds grootste collectie tandpasta-tubes (aantal: 2037 tubes van over de hele wereld). Wat is nou het nut van verzamelen, en moet het perse een nut hebben?

Nuttig
Vergis je niet door te denken dat de mens uniek is in zijn verzamelgedrag, want genoeg dieren doen het ook. Wel zijn wij schijnbaar de enige soort die verzamelt puur voor eigen plezier, want die dieren doen het meestal om potentiële partners te verleiden met kleuren, glimmende objecten, of eten. Mensen verzamelen mogelijk ook glimmende objecten, iets felgekleurds, maar zelden echt om een ander mee te imponeren. Toch hebben sommige verzamelingen wel degelijk ‘nut’. Die boekenkast van mij wordt gezien als persoonlijk plezier, ontspanning, desnoods verrijking van kennis. Een kunstcollectie is een investering. Een cd- of dvd-collectie een bron van entertainment. Postzegels worden gekoppeld aan stoffige types, maar een uitgebreide collectie kan blijkbaar miljoenen waard zijn. Dit zijn verzamelingen waar geen mens op neer zal kijken. Sterker nog, door dergelijk verzamelgedrag zijn latere musea en bibliotheken ontstaan. Het British Museum, het Louvre, en het Rijksmuseum van Oudheden zouden nooit opgericht zijn als er niet mensen waren geweest die die objecten en documenten ooit simpelweg hadden verzameld. Maar wat zou mijn omgeving denken als ik inderdaad tandpasta-tubes ging verzamelen?

Een verzameling die in de ogen van anderen geen nut heeft, wordt al snel als tijd- of geldverspilling beschouwd waarbij men het sociale aspect van verzamelen vergeet. Zoals vogels verzamelen om te laten zien dat ze een geschikte partner zijn voor nageslacht, zo gaan sommige verzamelaars de wereld over om beurzen en musea te bezoeken en mensen te ontmoeten die dezelfde interesses hebben. Ze komen ergens, hebben contacten, en ontmoeten bovendien mensen die normaal buiten hun eigen omgeving bewegen.

Photo credit: romanboed via Hackers / CC BY

romanboed via Hackers – CC BY

Verslaving
Wat is dan het verschil tussen normaal verzamelgedrag, en de psychische afwijking die bekend is geworden door tv. Obsessief verzamelen is inmiddels een erkende psychische aandoening die in het begin onschuldig lijkt, tot de verzamelingsdrang ertoe leidt dat mensen zich in schulden steken en zich gaan vervreemden van hun sociale omgeving. Één van de mogelijke oorzaken is een verslaving. De drang een collectie compleet te maken, en daarmee iets te bewijzen, is een problematische verslaving gezien collecties zelden tot nooit compleet zijn. Verslaafde verzamelaars zijn daarmee anders dan hoardersgezien deze verzamelaars daadwerkelijk een collectie oprichten en willen onderhouden. Hun brein reageert hierop hetzelfde als gokverslaafden aan een pokertafel, alleen is de beloning nu niet het winnen van de jackpot maar het vinden van een nog zeldzamer nieuw stukje van de collectie. Onschuldige kinderverzamelingen worden obsessies, en obsessies worden musea. Mogelijk zijn de oorspronkelijke donateurs van musea ook ooit zo begonnen. Ze moesten gewoon hun buurman de troef afsteken door meer mummies, meer schilderijen, en meer tandpasta-tubes te hebben.

Verzamelen is dus niet slechts menselijk, onderlinge strijd om elkaar de troef af te steken is ook niet slechts menselijk. Een museum bouwen voor die verzameling, zelfs dat is eigenlijk niet echt slechts menselijk. Wat wel menselijk is, is dat je verslaafd kan worden aan je grootste hobby.

Older posts

© 2017 Leest&Maakt 't

Theme by Anders NorenUp ↑

error: Content is protected!!