Tag: Amsterdam (page 1 of 4)

Amsterdam Centraal, een plek van verbazing

Ik kom vaak op Amsterdam Centraal, niet omdat ik dat zo leuk vind maar omdat het het handigste station van Amsterdam is. Laat me hier wel duidelijk zijn: ik vind Amsterdam Centraal Station niet een bijzonder prettig station, en dat ligt grotendeels aan mezelf. Ik heb de neiging om één hele minuut voor de vertrektijd van mijn trein aan te komen op stations, waardoor ik gedwongen ben een sprintje te trekken om de eerdergenoemde trein te halen. Daar is Amsterdam CS absoluut NIET de geschikte plek voor! Te druk, te groot, te gladde vloeren om met zelfvertrouwen een kleine heling af te rennen.

Voor een zeldzame keer moest ik dit keer echter niet sprinten, maar alleen het station doorkruisen om van tram naar pont te lopen. Een rustige wandeling, leuker gemaakt door een te vangen pokemon. Volledig in stijl had ik uiteraard niet alle tijd van de wereld, mijn afspraak aan de andere kant van het water was over een paar minuten. Niet rennen, maar ook niet slenteren dus. Dat moest te doen zijn, in theorie tenminste.
“Sorry. Mogen we iets vragen?” Ik was in gedachten verzonken, had niet door dat er twee jonge vrouwen voor mijn neus waren blijven staan. Uit gewoonte scan ik meteen of ze iets in hun handen hebben, en ze misschien donateurs zoeken. Maar zoiets kan ik niet ontdekken.
“Eh… Oké?” Mijn houding is iets afwachtend.
“Heb je misschien een minuutje voor ons?” gaan de twee verder.
“Ja hoor?” Ik weet niet wat er aan de hand is, weet niet wie deze twee vrouwen zijn, en hoewel ik zeker een minuutje over heb moet ik wel echt naar een afspraak. Maar misschien zijn ze verdwaald, zoeken ze gewoon iemand die ze even rustig wil uitleggen waar ze zijn?
“Mogen wij jou dan deze geven, en een foto nemen?” Uit haar zak komt een briefje van 20 euro, in de vorm van een hartje opgevouwen, dat ze me aanbiedt. Verbaasd neem ik het aan, niet wetend wat er aan de hand is of wat ik hierop moet zeggen.
“Eh… Oké, natuurlijk. Dank je.” De foto is een minuut later genomen, ik sta er hoogstwaarschijnlijk nogal stompzinnig op, waarna de dames me een prettige dag wensen en weer verder lopen. Totaal beduusd loop ik ook verder, het briefje nog even in mijn hand voor ik het in mijn portemonnee steek.

Natuurlijk begin ik op de pont meteen te googlen of ik hier iets over kan vinden, maar mijn zoektochten leveren niets op. Nog altijd wat van mijn stuk kijk ik op. Het waait, het is fris, maar dat doet mijn ogen niet groot worden. Voor mijn neus, uitstekend uit de rugzak van de jongen voor me, kijkt een enorme knalgele bad-eend me vrolijk aan. Hij zegt nog net geen ‘kwek!’. ‘Je maakt wat mee in Amsterdam xD’, piept mijn WhatsApp ondertussen als antwoord op mijn verhaal over wat me net gebeurd is. Op Amsterdam Centraal maak je in ieder geval genoeg mee ja…

De Amsterdamse vreetfestijnen

“Ik ga het echt niet redden met twintig muntjes.” Muntjes en festivals gaan al jaren samen, en nu krijgen ook festivals omtrent eten stevige voet aan de grond in Amsterdam.

Photo credit: Fast Forward Event Productions via Foter.com / CC BY

Photo credit: Fast Forward Event Productions via Foter.com / CC BY

Het Amsterdam Burger Festival, Rollende Keukens, Sushi Festival Amsterdam, Amsterdam Coffee Festival, het is maar een handvol van de vele voedsel-festivals die dit jaar in Amsterdam hebben plaatsgevonden en die mogelijk herhalingen krijgen. Eten is hip, en ervan genieten mag openlijk, met als gevolg dat de foodtrucks in de file staan om hun kunsten tentoon te spreiden. Vroeger zag je ze enkel op Rollende Keukens en Taste of Amsterdam, nu heeft elk soort eten of drinken een eigen moment in het jaar waarop makers en liefhebbers zich verzamelen rond wagens waarin alles ter plekke wordt klaargemaakt. Culinair op wielen, verkrijgbaar voor iedereen, of tenminste dat lijkt het idee te zijn.

Photo credit: adactio via Foter.com / CC BY

Photo credit: adactio via Foter.com / CC BY

Kinderschoenen
“Ik had eigenlijk wel meer verwacht hoor, zeker als ze tickets verkopen.” Het meisje kijkt ietwat ontevreden rond over het terrein van het kleine Amsterdam Burger Festival. Haar vriendin knikt instemmend. “Ja, waarom niet gewoon gratis toegang? De muntjes kosten echt wel genoeg.” Foodfestivals zijn lang niet allemaal gratis, wat de bezoekersaantallen enigszins drukt, en ondanks hun populariteit staan ze tegelijk nog erg in de kinderschoenen. Dat is te zien aan het formaat van de festivalterreinen, en aan de risico’s die uitbaters en organisatoren lopen. In juni bleek dat risico te groot voor de organisatie achter Food Festival Amsterdam, dat toen een faillissement aan moest vragen. De formule van variatie, groot publiek, social media, en een goede locatie bleek ineens niet altijd een enorm succes te worden. Het enige festival dat tot nu toe elk jaar groter en uitgebreider wordt is Rollende Keukens, die erover waakt dat foodfestivals zoals dat van hen authentiek en vooral vrijblijvend blijven. Geen grote reclame-wagens, en enkel verantwoord voedsel is hun boodschap. Met die formule zijn ze hun kinderschoenen immers ontgroeid.

Genieten
De boodschap van Rollende Keukens zou wel eens de echte kracht van foodtrucks kunnen zijn: hoewel het concept allang niet meer anders is dan andere festivals, zijn de festivals wel nog steeds erg relaxed. Eten is gezelligheid, eten brengt mensen bij elkaar, en openlijk genieten mag en kan. Voor de eerste keer gaat het niet om dronken worden, of van pure vermoeidheid omvallen. Het gaat om rustig lopen, rustig zitten, en dat pure genieten. Slow living with slow food, zou je bijna kunnen denken. Want een authentieke voedselwagen maakt eten met liefde, eten waar de tijd voor is genomen en dat niet overhaast is gemaakt. Maar moeten het er echt zoveel zijn?

14095745_1046129965501772_2336329996502622104_n

Eet smakelijk

Gevolg van die liefde voor eten is dat iedere maaltijd zijn eigen festival heeft. En is dat nou echt nodig? Sommigen zullen denken van wel, want niet iedereen houdt van hetzelfde eten en nu is er voor ieder iets. Maar tegelijk zorgt het voor een propvol jaar voor iemand die echt alles wil zien en proeven. De vraag is ook of sommige festivals niet levensvatbaarder zouden zijn als ze de krachten zouden bundelen, om zo ook grote reclame-wagens buiten de deur te houden. Dat kun je natuurlijk beargumenteren, maar uiteindelijk zijn het de organisaties die dat besluiten. De voedselliefhebber, inmiddels een volmondig persoon met toegang tot het internet, eist festivals en het vieren van eten, en wat men wenst is andermans bevel. Dus worden de burgers gebakken, de sushi gerold, en het bier gebrouwen. Want ja, als er geld te verdienen is, waarom zou je dan wat anders doen? Behalve genieten in de zon dan, terwijl je een hamburger verorberd. Want ja, eigenlijk zijn foodfestivals gewoon grote vreetfestijnen.

De Bijlmer – Vandaag in

NaamloosVandaag in 1966 wordt de eerste paal geslagen in het gebied dat later bekend zal staan als ‘De Bijlmer’. De Amsterdamse wijk heeft een hele geschiedenis achter zich.

De Bijlmer staat in Amsterdamse termen vaak gelijk aan een woonwijk die bekend staat om problemen rond drugs, geweld, en integratie. Deze problemen begonnen eigenlijk al vanaf het begin. In 1966 besloot de gemeente Amsterdam tot het bouwen van de wijk en de eerste huizen, voornamelijk laag- en middenbouw op enkele flats na, werden in 1968 opgeleverd en bewoond. Waar de wijk door de gemeente werd gepromoot als een zeer vriendelijke omgeving, bleek al snel dat dat niet geheel het geval was. De gezinnen waarvoor de flats waren gebouwd bleven weg, en in 1975 werd het gebied erg populair onder immigranten en het idee van woon- en werkwijken strikt gescheiden houden zorgde er bovendien voor dat hele delen van de Bijlmer ‘s avonds uitgestorven zijn.

Drugs
Een ander concept van de Bijlmer was voetgangers en fietsers bij autowegen vandaan houden. Daarom waren er veel bruggen en onderdoorgangen. Deze plekken werden al snel na de bouw bekend vanwege het drugsoverlast, net als de uitgestorven werk-gebieden, waar geweld en overvallen een groot probleem waren. Parkeergarages werden daarom bij elke herziening van de wijk zo snel mogelijk weer afgebroken. Zo werd de Bijlmer jarenlang een wijk waar maar weinig mensen graag wilden gaan wonen.

Bijlmerramp
Op 4 oktober 1992 werd de Bijlmer kort wereldnieuws. Niet vanwege de grote sociale problemen, maar vanwege een vliegtuigramp die officieel 43 mensen het leven kostte. Het onofficiële dodental is waarschijnlijk veel hoger dan dat omdat in de jaren ’80 en ’90 ook veel illegalen in de Bijlmerflats woonden, die daardoor niet in de rapporten over de ramp terecht kwamen. De ramp was het resultaat van een Boeing 747 met een kapotte vleugel, waardoor het vliegtuig onbestuurbaar werd kort na het opstijgen van Schiphol.

Laatste flat
Inmiddels is de gemeente Amsterdam al enkele jaren bezig met het ‘schoonmaken van de Bijlmer’, waarbij onder andere de grote flats met de grond gelijk worden gemaakt om plaats te maken voor aantrekkelijkere gezinswoningen. Zo wil de gemeente de criminaliteit uit de wijk houden. Dit beleid ging sommige bewoners te ver, die zich in begonnen te zetten voor het behoud van de flat Kleiburg. Dit is de laatste zogenaamde Bijlmer-flat die nog staat en het behoudt ervan zou ervoor zorgen dat men niet vergeet hoe de Bijlmer ooit was.

300 pagina’s Carmiggelt

Gedundrukt lijkt slechts honderd pagina’s dik, maar het boekje huisvest 300 pagina’s van Carmiggelt’s stukken. De beste man is inmiddels overleden maar zijn werk leeft nog altijd voor.

9200000018259103[1]Carmiggelt schreef veel over Amsterdam, de Tweede Wereldoorlog, en over de dagelijkse dingen die men meemaakt. Het observeren van Carmiggelt is een bekende stijl, wat veel columnisten inmiddels toepassen in hun werk. Wat Carmiggelt echter uniek maakt is zijn taalgebruik. Zijn zinnen zijn nooit te lang of te kort en beheersen een bepaald vermogen tot taalkundige trucjes. Het gevolg is een boek met een literaire samenstelling die nooit meer dan drie pagina’s beslaat.

Cynisch
Carmiggelt heeft een soort cynisme dat de meeste mensen niet onbekend zal zijn. Wat is dan het verschil tussen Carmiggelt en de gemiddelde persoon? Carmiggelt uit dat cynisme openlijk. In zijn schrijven lees je niet alleen de irritatie die anderen voelen in de trein, je voelt die ook daadwerkelijk. Het pessimistische, soms zelfs ronduit chagrijnige denken druipt van de pagina’s en eigenlijk is het best een beetje vermakelijk. Bovendien is het steeds maar een kort stukje, waarna je het werk weer even weg kan leggen. Daardoor wordt Gedundrukt nooit erg zware kost en dat is wel fijn want stukken over Wehrmacht-figuren die fietsen stelen, en mensen die in de kroeg over hun tijd in kampen in Duitsland praten zijn best dingen die een beetje zwaar op de maag kunnen liggen.

Draad
Alle columns in Gedundrukt zijn gesorteerd op jaar, maar dan wel het jaar waarin Carmiggelt ze schreef. Het nadeel is echter dat hij nog wel eens terugdacht aan hele andere tijden. De schrijver is inmiddels overleden dus je kunt hem niet meer vragen over welk jaar een column nou precies gaat, en dat zorgt soms voor verwarring. Is de Tweede Wereldoorlog nou al voorbij, of moet die nog beginnen? Want dat maakt best uit als je je probeert voor te stellen hoe mensen in een bepaalde column denken. De rode draad is vaak kwijt, maar misschien is dat ook niet van belang want in Amsterdam loopt alles ook door elkaar.

Gedundrukt
Het was de letterkundige Kees Fens die eens opmerkte dat van iedere schrijver na zijn lijfelijke dood moet worden afgewacht of hij herboren wordt in zijn werk.
Met de verschijning van Gedundrukt vindt inderdaad een wedergeboorte plaats. Immers bij leven was Simon Carmiggelt (1913-1987) even vrijwillig als met huid en haar verbonden aan uitgeverij De Arbeiderspers, terwijl nu voor één keer een boek van hem verschijnt dat is ‘gedundrukt‘ door Van Oorschot.

Simon Carmiggelt. Gedundrukt / Van Oorschot / 9789028260832

Tuschinski theater geopend – Vandaag in

Photo: Amsterdam Municipal Department for the Preservation and Restoration of Historic Buildings and Sites (bMA)

Photo: Amsterdam Municipal Department for the Preservation and Restoration of Historic Buildings and Sites (bMA)

Vandaag in 1921 wordt het beroemde Tuschinski Theater in Amsterdam geopend. Het filmpaleis is nog altijd open voor filmliefhebbers.

Abraham Tuschinski was de bedenker van het filmpaleis. In Rotterdam exploiteerde hij al vier bioscopen en in 1916 besloot hij ook in Amsterdam aan de slag te gaan. De volksbuurt tussen het Rembrandtplein en de Munt, destijds de Duvelshoek genaamd, was volgens Tuschinski perfect voor een bioscoop. Hijman Louis de Jong moest het gebouw ontwerpen, ook al drukte Tuschinski vaak genoeg zijn eigen plannen door. Zo wilde hij een gebouw dat de aandacht trok met een extravagante gevel. Zo gezegd, zo gedaan. Niemand kan nog zeggen dat het Theater Tuschinski niet opvalt!

Opening
De opening vond plaats op 28 oktober 1921. Belangrijke mensen uit de financiële, artistieke en zakenwereld waren aanwezig om een avondvullend programma van films en live orkestmuziek te aanschouwen. Alles werd gedaan om de massale aandacht te trekken! Geruchten gingen namelijk dat Tuschinski zich diep in de schulden had gestoken om de bouw te financieren.
De openingsavond was ergens ook een beetje pijnlijk. De opening was oorspronkelijk eigenlijk gepland op 21 oktober, precies vijf jaar na de opening van Tuschinski’s bioscoop Olympia in Rotterdam. Helaas moest hij de opening een week uitstellen omdat het interieur nog niet af was! De krant Het Vaderland wilde echter zo graag de eerste zijn met het nieuws, dat de journalist de dag van tevoren het stuk over de opening al naar de persen had gestuurd. De opening had hij erbij verzonnen, en daardoor mistte hij ook het nieuws, dat diezelfde opening een week uitgesteld werd. Oeps…

Tuschinski wordt Tivoli, en weer Tuschinski
Het theater deed en draaide alles! Tekenfilms, comedy, drama. Kleurenfilms en zwart-wit. Film en theaterstukken. Orkestoptredens en (live) uitzendingen van het journaal. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt het programma drastisch veranderd tot vertoningen van operettefilms en propaganda. De Duitsers veranderen ook de naam van de bioscoop, naar ‘Tivoli’. De Amsterdammers verbasteren dat naar: “Tuschinski Is Verkocht. Of Liever Ingepikt.” Voor Abraham Tuschinski is de Tweede Wereldoorlog de ondergang. Niet alleen wordt zijn bioscoop hem afgenomen, hijzelf wordt op 1 juli 1942 naar Auschwitz gedeporteerd. Op 17 september 1942 sterft hij daar.
Zijn werk is uiteindelijk herstelt. Op 29 juli 1945 wordt het Tuschinski Theater in ere hersteld, met de naam op de gevel. De heropening wordt gevierd met de vertoning van So Proudly we Hail.

 

Restauratie
Het Tuschinski theater staat nog altijd, na een grote restauratie tussen 1998 en 2002 waarbij een stuk nieuwbouw werd toegevoegd. Het theater heeft nu 19 zalen en ruim 4000 stoelen.

Older posts

© 2017 Leest&Maakt 't

Theme by Anders NorenUp ↑

error: Content is protected!!