Charlie zou het inmiddels gewend moeten zijn, maar dat was niet zo. Elke keer dat haar telefoon ging kon ze het niet helpen iets in elkaar te krimpen. Te hopen dat hij niet nog een keer zou rinkelen. Het lukte haar nooit om in beweging te komen voor de derde keer dat het geluid door haar oren, door haar brein sneed. Met een geladen zucht nam ze op, terwijl het leven uit haar ogen leek te verdwijnen. Ze zei nooit iets, terwijl ze de spanning aan de andere kant van de lijn haast kon voelen.
“Gaat je kosten,” waren de eerste woorden die ze tegen elke klant sprak. Ze kon elke keer weer de schok voelen, de schok van het moment dat ze ontdekten dat ze een vrouw was. Een jonge vrouw. Die schok zorgde er wel voor dat ze nooit in discussie gingen over de genoemde prijs. “En als ik gepakt word, hang jij.” Waarna ze ophing zonder er nog een woord vuil aan te maken. Charlie nam geen enkele klant in bescherming, daar was ze heel duidelijk in. Toen ze dit werk voor het eerst deed werd haar gezegd dat klanten haar links zouden laten liggen om die mentaliteit. Dat niemand haar in zou huren als ze wisten dat ze zou praten zodra de politie vragen ging stellen. En toch was ze de meest gewilde schutter in de business, werd ze het beste betaald van allemaal. Charlie wist dat er daardoor genoeg concurrenten waren die haar met alle liefde uit de weg zouden ruimen, en dat ze enkel nog in leven was omdat die concurrenten wisten dat het hen nooit zou lukken. Ze deed dit werk pas vijf jaar, en ze was meer gevreesd dan al die mannen bij elkaar. Dat was het enige deel van haar werk dat een grijns op haar gezicht liet verschijnen.
Charlie’s telefoon piepte opnieuw, dit keer vanwege een sms. Een naam, een adres, meer had ze niet nodig. Het was geregeld, en dat wist de beller. Nu was er geen weg meer terug, voor hen beiden niet. De jonge vrouw zette haar telefoon uit en draaide zich weer naar haar computer. Een paar schakelaars werden omgezet, het contact met de buitenwereld in de vorm van internet werd weer hersteld. Goed, welke klootzak had het zo bont gemaakt dat iemand hem dood wilde?

“Deze is bijna te makkelijk. Hij doet niet eens zijn best om zijn sporen te maskeren,” een grijns speelde om Sam’s lippen terwijl ze het zei. De computernerd zat bijna met haar neus tegen Charlie’s beeldscherm, gefascineerd door wat ze zag. Charlie keek niet eens op terwijl haar vriendin sprak, haar blik bleef op het scherm van Sam’s laptop hangen. Een film die net iets te leuk was om geen aandacht aan te besteden, speelde op het ding. “En dat wordt gezegd door degene die mensen in vol daglicht tackelt, in de hoop dan onopvallend door het leven te gaan,” mompelde ze alleen maar. Sam’s heldere lach sneed door de kamer, liet Charlie glimlachen. Toen Charlie de opdracht had gekregen om Sam om te leggen leek dat een gemakkelijke taak. Hoe moeilijk kon het zijn om een nerd te vinden? Charlie had een makkelijk klusje verwacht, iets dat ze in een dag afgehandeld zou hebben. Wat ze niet had voorzien was dat Sam absoluut geen nerd was die achter haar computerspelletjes geplakt zat, een nerd die er alles voor over had om online te zijn. Sam was het soort nerd die briljant waren als het ging om computers, daarnaast was ze een vrouw en ook nog eens vreselijk leuk. Toen diezelfde vrouw een dag na de opdracht nonchalant tegen Charlie’s deurpost had gehangen, haar ontwapenend toegrijnzend, was Charlie binnen vijf minuten overgehaald om de opdracht te weigeren. En zo had een computernerd, met een gokprobleem dat haar nog wel eens in de problemen bracht, zich het leven van een huurmoordenaar ingewerkt.

Met een zucht ging Charlie iets rechter zitten, ze hing half tegen Sam aan om op haar eigen computer mee te kunnen kijken. “Waar willen ze hem voor hebben?” Terwijl één hand naar de bak popcorn ging, sloeg ze de andere arm om de schouders van haar vriendin. Sam keek met dezelfde ontwapenende grijns naar de sluipschutter. “Zullen we een gokje wagen? Ik zet mijn geld op het wereldwijde piramide-spel.” Charlie keek bedenkelijk naar het lijstje dat Sam had geopend. “Jij mag niet gokken, en ik denk eerder de corruptie die honderden mensen dakloos heeft gemaakt. Vertel me liever waar hij uithangt,” zei ze. Sam grijnsde en drukte op en paar toetsen. “Omdat je het zo aardig vraagt. En eet niet alle popcorn in je eentje op!”

Painting: Jakub Schikaneder, 1890

Het zou makkelijk zijn om nu het onderwerp te veranderen. Om nu te vertellen dat Charlie en Sam helemaal niet bezig waren geweest om een toekomstig slachtoffer te vinden, maar dat ze in plaats daarvan gewoon een avond op de bank hadden gehangen terwijl ze films keken en knappe jongens opzochten online. Maar dat zou een leugen zijn. Want Charlie en Sam hadden wel degelijk een schietschijf op iemands hoofd gehangen zodat Charlie raak kon schieten. En die avond had geresulteerd in dat Charlie nu op haar buik in het gras lag te wachten tot die schietschijf eindelijk eens een keertje in beeld kwam. Kon die vent niet een beetje opschieten? Ze had het koud!
Met een zucht hief ze haar hoofd even op, kraakte haar nek, keek naar de lucht. Ze voelde de wind een beetje met haar haar spelen, voor zover dat kon met de strakke paardenstaart. “Oostenwind, vier knopen,” mompelde ze zacht, uit automatisme. Als ze dit werk voor een andere branche deden, zou Sam haar die informatie via een oortje hebben doorgegeven zodat ze beter kon richten. Maar dan zouden ze veel legaler te werk gaan dan ze nu deden. Charlie zuchtte terwijl ze haar gezicht weer naar het vizier bracht, haar kaak tegen het koude metaal legde. De bewegende massa in de verte kwam dichterbij, een massa bestaande uit spelende kinderen, uit volwassenen die naar hun werk liepen, vrouwen met boodschappentassen, honden die werden uitgelaten. Ze zocht naar dat ene bewegende stipje dat ze moest hebben. In haar zak prikte het doosje dat ze die middag had opgehaald, vlak nadat ze haar geweer uit de opslag had gehaald. Het was relatief makkelijker dan je zou verwachten om onder de radar te blijven, zolang je maar gedreven genoeg was. Ze had Sam niet eens verteld dat dit hun laatste klus zou zijn. Ze hadden genoeg geld binnen gehaald, ze konden verder, en bovendien was Sam er klaar mee. De nerd kon haar geweten niet langer uitzetten, niet langer stilhouden wat ze had gedaan. Zouden ze werk kunnen krijgen bij het leger? Of als bodyguards? Wat zou hun leven na dit ene schot gaan doen?
Een ander zou door dat soort gedachten afgeleid zijn, maar niet Charlie. Op hetzelfde moment dat ze nadacht over hoe ze Sam moest gaan vertellen dat ze hun ‘handeltje’ gingen opdoeken, bleef haar focus haarscherp. Haar blik week geen moment van die gelukkige mensen af, van de gezinnetjes, de stelletjes die hand in hand liepen.
De haren in haar nek gingen als eerste rechtop staan, een tiende van een seconde later voelde ze haar schouders verstijven, gevolgd door al haar spieren die strak trokken en de adrenaline die haar hartslag begon te controleren. De reacties die ze had waren haast instinctmatig, een tweede natuur. Ze had ze altijd al gehad, zou ze niet kunnen onderdrukken ook als zou ze het echt zou proberen. Haviksogen focusten zich op de man in een donkerblauw pak, registreerden zijn opzichtige horloge waar hij met een driftig gebaar naar keek terwijl hij stond te wachten bij de draaideur van een gebouw dat leek op een kantoorpand. Terwijl hij ongeduldig om zich heen keek, vertraagde Charlie’s ademhaling, werd ze zich hyperbewust van de lucht die ze naar binnen zoog, weer tussen haar lippen door naar buiten duwde. Twee keer, drie keer, vier keer.
De wereld rond haar vertraagde, haar vinger gleed naar de trekker, de man draaide langzaam bij. Zijn ogen werden iets groter, hij riep iets, zijn hand ging de lucht in. Haar spieren spanden, haar vinger bewoog minimaal. Twee millimeter, meer niet, en daarmee was zijn lot bezegeld.

“Hé, jij bent vroeg thuis.” Sam keek op toen ze de deur open hoorde gaan. “Hoe is het gegaan?” Met een vragende blik draaide ze zich om, maar verstijfde halverwege in die beweging. In de deuropening stond Charlie, met haar geweer nog in handen. Het wapen waarvan Sam had verboden dat het het huis in kwam. “Charles, wat is er aan de hand?” Sam had vaak genoeg mensen door zien slaan, maar ze had altijd gedacht dat Charlie sterker was dan dat. De blik in de ogen van haar vriendin maakte haar echter bang, vreesde voor wat de huurmoordenaar ging zeggen. Of ging doen.
Charlie’s blik was leeg, emotieloos. Zonder iets te zeggen legde ze een klein boekje op tafel. Sam herkende het. Het was het andere ding wat nooit het huis in mocht. “Wat heb je gedaan?” Het kwam als een angstig gefluister over Sam’s lippen. “Ze weten alles,” wist Charlie met moeite uit haar keel te krijgen. “Alles?” vroeg Sam ongelovig. Charlie knikte. “Alles.” Sam knikte, drukte zonder te kijken haar computer uit. “En nu?” Ergens was ze woedend dat Charlie dit nooit met haar had besproken, dat ze dit in haar eentje had besloten alsof ze geen team waren. Was ze van plan om haar te laten vallen en er zelf vandoor te gaan? “En nu laten we dit liggen, en verdwijnen we. Samen,” zei Charlie simpelweg, alsof dat heel logisch was. Ze zouden niet langer bestaan, volgens het systeem waren ze in rook opgegaan. Ze zouden worden vrijgepleit in ruil voor de namen, de onopgeloste moorden, in ruil voor Sam’s harde schijven, voor Charlie’s kleine zwarte boekje en haar geweer. Sam keek de sluipschutter aan. “Samen, zeg je?” Wat de nerd/hacker met deze drie woorden verzweeg waren de e-mails die ze zelf al enige tijd kreeg. Ze was praktisch onvindbaar op het net, maar toch had iemand haar weten te bereiken. En de e-mails die diegene haar stuurde werden steeds dreigender en dringender. Als ze toegaf aan de eisen zou ze een ticket naar een ander leven krijgen, dan zou ze zich niet langer hoeven te verbergen. Maar ze zou het niet samen met Charlie kunnen doen, en dat had Sam nog niet kunnen aanvaarden. Zonder Charlie’s werk zouden ze elkaar immers nooit ontmoet hebben. Sam wist heel goed dat Charlie altijd bang was geweest dat de prijs die ze zou moeten betalen voor haar werk, haar bestaan, haar levensonderhoud, zou zijn dat ze nooit iemand kon ontmoeten. Sam was die angst zonder het te weten gaan delen. Beiden waren ze bang dat ze elkaar niet zouden kunnen volgen als één van hen besloot haar hele leven 180 graden om te draaien. Voor de eerste keer in haar leven was Charlie zowaar nerveus toen ze haar geweer op tafel, naast het boekje, legde. Langzaam liet ze haar hand in haar zak glijden, omvatte het doosje. Nerveus keek ze op naar Sam, maar voelde haar nekharen rechtop gaan staan voor ze iets kon zeggen. De angst waarmee haar vriendin haar aankeek, de angst die zijzelf voelde, was misselijkmakend. Haast voelbaar, voor enkele diersoorten waarschijnlijk te ruiken. Het maakte de situatie onstabiel, breekbaar, grillig als ongrijpbare vlammen. Het laatste wat het huis van zijn bewoners zou horen, zouden geluiden van onzekerheid zijn. Een verstikte stem, een half woord, een verbeten snik, een dichtslaande deur…

___________

Toen de agenten binnenvielen lag er een geweer op tafel, ernaast stond een computer netjes op hen te wachten met de wachtwoorden op een post-it op het scherm geplakt. Een laatste straal zonlicht viel op een klein zwart boekje. In de prullenbak vonden ze een leeg doosje. “De vogels zijn gevlogen meneer,” concludeerde een agent na een snelle zoektocht. De rechercheur knikte, terwijl hij het doosje uit de prullenbak viste. De plek waar de ring had gezeten was leeg. “Het boekje?” zei hij terwijl hij de afdruk van het fragiele verbond bekeek. Het maakte hem lichtelijk kwaad, zijn plan was in duigen gevallen. Hij had de meiden los van elkaar een deal aangeboden, die ervoor zou zorgen dat hij ze alsnog beiden te pakken zou krijgen. Hij had niet verwacht het huis leeg aan te treffen, normaal werd één altijd bang genoeg om zijn deals aan te nemen. “Op tafel meneer.” Met een grimmige trek om zijn mond sloeg hij het kleine ding open. De eerste pagina was beschreven in een fijn handschrift.

 

Moord heeft een prijs. Wij zijn die niet.

 

 

 

More and different short stories, can be found through here.

Deel deze post