Share this

NaamloosVandaag in 1099 verovert de Eerste Kruistocht de stad Jeruzalem. Hij wordt geplunderd, verwoest en vele mensen worden vermoord.

De Eerste Kruistocht was begonnen vanwege toenemende vervolging van de christenen in de stad Jeruzalem, die onder islamistisch bewind stond. Vanwege deze toenemende druk, vroeg de Byzantijnse keizer Alexius Comenus om hulp vanuit het westen, en vooral om hulp van Rome. In 1095 stelde paus Urbanus II dat het genoeg was geweest en riep hij in het westen de christenen op om te strijden tegen de islamieten.

Boeren
Hoewel dit heel heldhaftig en stoer klinkt, bestond het grootste gedeelte van degenen die reageerden grotendeels uit ongedisciplineerde boeren en gelukszoekers. Slechts een paar echte ridders verbonden zich aan de kruistocht. In 1096 kwam het door de paus opgerichte leger, de kruisvaarders, in beweging. 4.000 ruiters en 25.000 voetsoldaten. Ze werden geleidt door de ridders Raymond van Toulouse, Godfried van Bouillon, Robert van Vlaanderen, en Bohemond van Tarante. Het kostte het leger een jaar om de grens van het Byzantijnse Rijk in Azië te bereiken.

Successen
Vanaf dat moment begon een lange periode van strijd, waarin het ‘Heilige Leger’ successen boekte bij onder andere Dorylaeum en Antiochië. Deze opmars duurde zes maanden en werd aanzienlijk makkelijker gemaakt door verraders aan de Turkse kant van de strijd, die verschillende stadspoorten voor de kruisvaarders openden. Bij de verovering van Antiochië kwamen duizenden soldaten en stadsbewoners om het leven.

Maar dat hield de ridders niet tegen verder te trekken. Door de heftige strijd om Antiochië vertrokken uiteindelijk slechts 1.200 ruiters, 12.000 voetsoldaten en de 4 leidinggevende ridders, naar Jeruzalem. Op 7 juni 1099 kwamen ze daar aan, en begon de belegering van de stad.

Afgeslacht
Omdat het leger te klein was om de stad van alle kanten aan te vallen, werd besloten alleen de noord- en zuidkant aan te vallen. Daarvoor werden enorme aanvalstorens gebouwd. Op 14 juli drongen de eerste soldaten de muren binnen vanwaar het steeds meer lukte om de bescherming van de stad uit te schakelen. Op 15 juli was de stad in handen van het christelijke leger, toen de St Stephanuspoort werd geopend. Tienduizenden mensen, van soldaten tot gewone burgers, werden in koele bloeden afgeslacht. Geen islamiet of jood in de stad bleef in leven. De leiders van de kruistocht verdeelden daarna de stad en het omliggende gebied onder elkaar om het te regeren.

Het ‘koninkrijk Jeruzalem’ bleef lange tijd staan, tot het in 1187 in handen viel van de Turkse generaal Saladin. Het is, ondanks vele andere kruistochten en zelfs een kinderkruistocht, nooit meer veroverd door de christenen.

Share this