Ingehaald

Ze had kunnen weten hoe dit af zou lopen. Deserteren was niet iets dat je ‘even deed’. Thuis kon ze zich niet verschuilen, tenzij ze haar ouders er ook in wilde betrekken. Toch had ze, ondanks alles, wel gedacht dat ze er iets langer mee weg kon komen…

Onder de radar leven, zelfs als het leger je op de hielen zat, was veel makkelijker dan ze zich had voorgesteld. Het leek helemaal niet op het leven dat werd geprojecteerd op tv, het was vooral veel comfortabeler dan ze altijd had gedacht. Zolang ze maar niet opviel, en elke week van telefoonnummer veranderde, kon ze redelijk moeiteloos rond bewegen in de stad, in de anonimiteit van de grote massa mensen zagen ze haar makkelijker over het hoofd. Mia trok de capuchon ver over haar oren voor ze naar buiten stapte, stak haar handen diep in haar zakken en hield haar blik iets naar beneden gericht. Ze zou eruit zien als elke mopperende tiener, maar tegelijk wist ze exact wat er om haar heen gebeurde. Haar felle blauwe ogen registreerden zelfs de kleinste beweging. Het was haast vermakelijk, ze hadden haar perfect getraind en juist dat stelde haar in staat om haar voormalige collega’s te ontlopen. In de eerste instantie had ze niet goed begrepen waarom ze haar zo graag wilden ‘houden’, waarom ze zo hadden zitten drammen op dat ze haar koffers niet zou pakken. Pas in de stad had ze begrepen dat het enkel was omdat er nauwelijks mensen waren zoals zij, dat ze getraind werd voor een elite-unit. Als ze er niet vandoor was gegaan.
“Hé Mia, het gebruikelijke?” Ze keek op toen Charlie haar naam noemde, en knikte. Het was natuurlijk gevaarlijk dat ze altijd naar dezelfde koffiezaak ging, waar de bartenders zowel haar gebruikelijke bestellingen als haar naam inmiddels kenden, maar het was de enige zaak in de wijde omgeving die koffie maakten die ze lekker vond. En die een ontbijt hadden dat ze zo vroeg op de ochtend binnen wist te houden. “Is het to go vandaag?” Weer knikte ze terwijl ze met haar handen over haar gezicht wreef, alsof ze het terug in vorm moest duwen. Ze was zo moe… “Lange nacht gehad?” Charlie was lief, maar soms was zijn sociale vermogen vermoeiend. De dampende kop koffie vond al snel zijn weg over de balie. “Dank je Charles,” mompelde ze zacht terwijl ze haar hand erom heen sloot, en het zakje van de balie pakte. Altijd onderweg blijven, nooit op dezelfde plek zitten na deze korte wandeling.

Met haar rug tegen de muur, en haar ogen op het raam had ze zich semi-verdekt opgesteld. Even had het erop geleken dat ze iemand weg had moeten jagen om deze plek te bemachtigen, maar het geluk leek haar voor één keer toe te lachen. Als Mia een plek had gespot die veilig genoeg was dan zou ze daar zitten, ongeacht of iemand anders diezelfde gedachte had gehad. Voor hen was het allemaal geen zaak van leven of.. nou ja, leven of vrijheid. Naar haar weten werden er niet veel mensen achterna gezeten door het leger, hoewel er vast mensen waren die daar anders over dachten. Met een zucht ontgrendelde ze haar telefoon, en nam een slok van de dampende koffie. Dingen opzoeken op het kleine apparaat was irritant, maar een smartphone was een stuk makkelijker te vervangen dan een laptop. Als eerste opende ze de internetpagina met de mogelijke straffen die ze kon krijgen voor deserteren, straffen die er waren om haar af te schrikken maar die duidelijk hun werk niet deden. De beslissing om ervandoor te gaan had weinig moeite gekost, ze had het eigenlijk al geweten na de eerste training. Mia had haar leven lang al problemen gehad met autoriteit, het was de reden dat ze zoveel scholen had afgelopen. Toch was de autoriteit dit keer niet de reden geweest dat ze er de brui aan had gegeven.
Met een zucht zette Mia haar koffie op het tafeltje voor zich, legde haar telefoon ernaast, en streek met haar handen door haar haar. Ze had het kortgeknipt, om haar uiterlijk te veranderen en om alles van die maanden in het basiskamp achter te laten, maar ze kon er nog steeds niet aan wennen. Het springerige, jongensachtige kapsel gaf haar iets wilds wat ze wel interessant vond, maar het vervreemde haar op hetzelfde moment. Vervreemding die ze niet kon gebruiken op het moment. Mia wist dat ze alert moest blijven. De afgelopen weken was ze het leger steeds weer één stap voorgebleven, maar één stap was geen comfortabele voorsprong. Ze bukte voorover om een klein notitieblok uit haar tas omhoog te halen, waar ze snel iets in krabbelde. Het dagboek was een verplicht onderdeel geweest bij training. Het reflecteren op de dag en persoonlijke ontwikkelingen zou moeten helpen om zelfkritiek te bevorderen. Voor Mia was het een plek geweest waar ze haar onvrede over het leger kwijt had gekund, het was de plek geweest waar het idee van wegrennen was veranderd in een plan, een plan dat een beslissing werd. Nu was het de plek waar ze haar vlucht tot in de details neerpende. Op die manier kon ze zien waar ze al had geslapen, gezeten, gegeten, en wat haar mogelijkheden waren met het beperkte budget dat ze nog had. Vroeg of laat zou ze deze stad moeten verruilen voor een ander en ze had nog geen tijd gehad voor een analyse van de mogelijke opties.

“Shit!” Ze had de zwarte jassen niet binnen zien komen, pas toen ze door haar blikveld bewogen merkte ze ze op. Zij hadden haar schijnbaar nog niet gespot, het ging net goed. Zo onopvallend mogelijk veegde Mia haar spullen in haar tas, pakte ze haar koffie, en sloop ze langs de twee mannen. Terwijl ze haar capuchon over haar hoofd trok voelde ze de deurklink onder haar hand kraken, op hetzelfde moment dat ze een stem hoorde. “Hé! Jij daar!” Haar koffie landde met een klap op de vloer en spoelde over de tegels terwijl Mia de straat op sprintte. Door stom toeval was haar minieme voorsprong nu afgenomen tot een achterstand. Zo snel ze kon schoot ze tussen de menigte door, een vlucht waarbij ze zeker wist dat stemmen haar boos nariepen. Geen daarvan was echter zo hoorbaar als de twee mannen die probeerden haar in te halen. “Stop haar!” Mia’s ademhaling gierde door haar keel, en in haar oren. Ze voelde hoe iemand haar arm probeerde te grijpen, ze sloeg de persoon van zich af zonder zelfs maar op of om te kijken. Ze mocht niet stoppen, ze zaten haar zo ontzettend krap op de hielen. “Mia!” Een meter, twee als ze geluk had, meer zat er niet meer tussen hen. Mia had het gevoel dat ze geen lucht meer kreeg terwijl de mannen niet te stoppen waren, de maanden buiten het kamp hadden toch hun tol geëist.  Ze had geen keuze meer, terwijl ze haar benen dwong te blijven bewegen draaiden haar ogen weg terwijl ze het bekende getintel voelde. Alsof haar huid onder stroom stond, het gevoel van de energie die zich om haar heen begon te vormen. “Hé!” Kennelijk hadden ze achter haar ook door wat er aan de hand was, maar Mia lette er niet meer op. Energie vormen was in volkomen rust al lastig genoeg, het was bijna onmogelijk om te doen terwijl je op volle snelheid aan het rennen was. “Kom op, kom op,” fluisterde ze hijgend. Ze moest de lucht in, ook al wist iedere agent in de buurt dan wat, en wie, ze was. Haar longen brandden, haar benen schrijnden. Maar net op het moment dat haar voeten eindelijk geen grond meer raakten, hield ook de ruimte voor haar plotseling op.
Met een klap werd alle lucht uit haar longen geslagen toen ze in contact kwam met stoeptegels.  En daarna opnieuw toen ze tegen de grond gedrukt werd door een knie. “Auw! Hé, rustig aan!” Woest spartelde ze tegen maar de kracht ontbrak haar. Ze zag nog steeds niets, niet zolang ze nog niet hersteld was. “Dank u wel, u bent een goede burger.” Ze hoorde een mannenstem zeggen dat het geen probleem was. Dus er was iemand die had besloten zich letterlijk tussen haar en haar uitweg te gooien? Dat had zij weer, dacht Mia terwijl ze haar handen op haar rug gedwongen voelde worden. “Mia Wilson, je staat onder arrest voor deserteren, en voor hoogverraad.” Ruw werd ze overeind getrokken. “Dude, doe eens even rustig,” snauwde ze, maar niemand luisterde. Wat had ze ook verwacht?

___________

“Waarom zijn we hier?” Brachten ze haar niet naar de basis? Of naar de gevangenis? Wat deden ze bij één of ander fancy diner? Of bij de opzet daarvan tenminste. Terwijl de auto het terrein opreed keek Mia naar buiten. Halverwege de rit had ze haar zicht teruggekregen, maar ze had niets herkend van de reis die ze maakten. In de eerste instantie had ze gedacht dat het was omdat ze haar wilden desoriënteren, nu pas begreep ze dat het kwam omdat ze ergens anders heen gingen. Chagrijnig stak ze haar hoofd langs de stoel naar de twee mannen voorin. “Hé, waar zijn we?” Waren ze soms doof of negeerden ze haar bewust? Wat het ook was, haar vraag bleef onbeantwoord dus keek ze weer naar buiten. Het landhuis was haar onbekend, de omgeving ook. Met een schok kwam de auto tot stilstand, werd haar deur geopend. “Mevrouw.” Een figuur gekleed in een volledig wit kostuum hield zijn hand voor haar uit, iets dat uitkwam want met haar handen geboeid kon ze de hulp wel gebruiken om de auto uit te komen. In de eerste instantie wilde Mia weigeren uit te stappen. Ze wist niet waar ze was, of wat ze hier deed, maar ze wist wel dat het niets goeds kon zijn. Er was echter iets aan de houding van de man dat duidelijk maakte dat ze geen enkele keuze had in deze kwestie.

Het felle zonlicht zorgde er kort voor dat ze haar ogen samenkneep. “So, you decided to make it after all?” De stem deed haar verstijven, ze voelde de hand op haar arm kort verstrakken. Ook de bediende was duidelijk bang voor deze stem. De dame die bij de stem hoorde liep statig, in een volledig wit en perfect naar haar figuur gesneden pak, het pad af. Normaal zou Marianne nooit gasten ontvangen bij de oprit, daar had ze mensen voor in dienst. Maar Mia was een gevalletje apart. De eerste die de benen had genomen van de door haar opgezette training, de eerste die haar mannen maandenlang had laten zoeken voor ze haar eens te pakken wisten te krijgen. “Me.. mevrouw,” stamelde Mia zacht. “Ik eh..,” probeerde ze een nieuwe poging, maar de directeur hief enkel haar hand. Haar blik was streng, strenger nog dan die van de leraren op de militaire academie, strenger dan die van de commandanten toen ze op het matje was geroepen, strenger dan die van haar ouders zouden zijn als ze erachter kwamen dat ze ervandoor was gegaan. “Je hoeft met niets te vertellen, ze hebben me al ingelicht.” Dat kon nooit goed zijn. Mia wist dat de inlichtingen veel zwaarder zouden klinken dan het werkelijke verhaal. “Mevrouw, het is niet wat…” Weer werd ze afgekapt door een beweging, dit keer van een hand die haar kin vastgreep. Mia durfde nauwelijks meer op te kijken. Niet dat Marianne’s stevige grip op haar kaak haar een keus liet. Ze zou de directeur recht aankijken, of ze het nou wilde of niet. Ze zou die afkeurende blik in diens ogen zien. “Vertel eens, heb je dit weer volledig aan jezelf te danken?” Natuurlijk zou ze nu in de ankers kunnen gaan, kunnen beweren dat het andermans schuld was, dat zij onschuldig was. Maar feit was, dat dat niet het geval was. Mia was de enige die zichzelf in deze situatie had doen eindigen. Beschaamd wendde ze haar blik af, registreerde enkel nog de diepe zucht die geslaakt werd. “Dan laat je mij ook geen enkele keuze, hè?” Marianne zuchtte en wendde haar blik naar de mannen die Mia hier hadden afgeleverd, en die op een meter afstand waren blijven staan. “Het is te laat om het papierwerk nog te doen, sluit haar voor nu maar op in één van de logeerkamers en kom ons dan vergezellen voor een hapje en een drankje.”

___________

Het vreemdste was misschien nog wel dat Mia het niet zo erg vond om hier te zitten. Zodra ze de kamer in was gebracht waren de boeien afgedaan en ze had niet lang hoeven wachten tot haar wat eten was gebracht. En het was een stuk beter dan het eten dat ze de afgelopen tijd had gehad. Toen het geld begon af te nemen was het aantal fastfood-maaltijden aanzienlijk toegenomen. Geluiden afkomstig van het diner in de tuin dreven af en toe door het raam naar binnen, maar het interesseerde haar weinig. Met een boek had ze het zich gemakkelijk gemaakt op bed, want ontsnappen zou een wanhopige daad zijn. De deur zat op slot, en hoewel haar dat zelden tegenhield waren er teveel mensen die haar zouden zien wegglippen.  Bovendien was ze het rennen, het constante verstoppen en verbergen, en het bedenken van plannen en mogelijkheden eigenlijk wel zat.

De warme maaltijd, in combinatie met het zachte bed en het feit dat het gebruik van pure energie haar altijd uitputte, had haar in slaap doen vallen. Tegen de tijd dat Mia haar ogen weer opende was het donker buiten, het feest was duidelijk afgelopen en het was doodstil. Met een frons kwam ze overeind. Stil of niet, er was iets waar ze van wakker was geworden.
Het duurde niet erg lang of ze hoorde het weer. Voetstappen, beneden. Opnieuw fronste ze haar wenkbrauwen, opende haar telefoon. Het was na middernacht, ze geloofde er geen barst van dat Marianne of haar bewakers met een nachtelijke plundertocht van de koelkast bezig waren. Rillingen kropen over haar rug, een instinctieve reactie op dat er iets helemaal niet in orde was. Zo stil mogelijk, wat nog best een uitdaging was met een oude planken vloer, sloop Mia naar de deur. Het slot was bijna lachwekkend, zo makkelijk kreeg ze het open. Marianne had kennelijk niet het idee dat ze ver zou komen, in een gebied waar ze de weg niet wist en op een terrein waar bewakers rond zouden moeten lopen. Hoewel de aanwezigheid van de mogelijke insluipers Mia wel enige twijfels gaf over die bewaking… Met de onhandigheid van deze inbrekers hadden die allang tevoorschijn moeten komen, dacht Mia terwijl ze naar het einde van de gang sloop. Haast ontspannen leunde ze tegen de reling van de trap, keek ze naar de lichtbundel die zich onder haar bewoog. Het was haast alsof de dieven ontdekt wilden worden.
Een klikkend geluid verstoorde de stilte kort. ” Dude, je laadt nu pas?” De stem was zwaar, zwaarder dan Mia eigenlijk verwacht had. Volwassen mannen? “Alsof we dit ding nodig hebben om die tang te stoppen,” werd er vanuit het donker geantwoord. “Je weet wat de opdracht is. Snel, alles duidt op een overval, en dan is een kwart van dit alles voor ons,” siste de eerste stem terug. Mia verstijfde. Dit waren geen inbrekers, dit waren huurmoordenaars, en ze zaten achter Marianne aan.
Angst sloeg als een ijzige hand om Mia’s keel, terwijl het besef van de situatie langzaamaan tot haar doordrong. Ze was misschien weggerend van het leger, en de directeur zou haar zonder enige wroeging of twijfel in de gevangenis laten gooien, maar medeverantwoordelijk zijn voor moord… Ze slikte, een wanhopige poging de misselijkheid achterin haar keel te onderdrukken. Om haar heen was het donker, ze kon terug naar haar kamer sluipen als ze wilde. Ze zou zelfs de benen kunnen nemen, het alarm werkte duidelijk niet meer. Of ze kon…

Mia’s huid begon te tintelen terwijl haar ogen wegdraaiden. Zo voorzichtig, stilletjes mogelijk sloop ze richting de trap, naar beneden. “Hoorde je dat ook?” Niet in staat te zien wie dat zei begon Mia de energie die ze opwekte vorm te geven. Het was een traag proces, een tergende ontwikkeling die ze maar niet leek te kunnen versnellen.
“Hé Wie is daar?” De zaklamp zou haar verblind hebben, als ze iets had kunnen zien.
“Het is één van die freaks! Doe iets!”

____________

Het gegil van het alarm was nauwelijks luider dan het schot dat het af had doen gaan. Op het tapijt, wit en blauw verkleurd tot rood, lag een kleine gedaante omringt door ambulance-personeel. Marianne zat nagelbijtend, gekleed in een badjas op de bank, een rechercheur tegenover haar geposteerd. “Dus de mannen zijn u onbekend. En de jongedame?” Marianne’s blik was nog geen enkele seconde weggegleden van de bewegingloze Mia. “Mia van Camp, een deserteur.” De man knikte, noteerde iets, maakte een gebaar naar de broeders. “We gaan ons best doen degene te vinden die hierachter zich mevrouw.” Marianne keek op. “En Mia?” De brancard werd uitgevouwen.
“Voor haar kunt u maar beter heel hard hopen.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

error: Content is protected!!