Het zwarte goud

De kringen onder Justine’s ogen waren zo donker dat het wel schaduwen leken. Net als Aaron wist ze niet meer hoeveel dagen er inmiddels voorbij waren gegaan sinds ze voor het laatst had geslapen, hoeveel tijd er al was verstreken sinds ze de laatste trein naar Dromenland had gepakt. Er waren veel mensen die zich dat niet meer konden herinneren, er liep een hele generatie op aarde die sinds de dag dat ze volwassen waren geworden al niet meer hadden geslapen. Een verloren generatie van zombies, die glazig uit hun ogen staarden en braaf deden wat hun baas hen zei te doen, als makke schaapjes.

De wetten waren streng. Om de constante vraag van consumenten bij te benen waren bedrijven lang geleden al overgegaan op nachtshifts, en 24-uurs-winkels schoten als paddenstoelen uit de grond. Maar het was nooit genoeg, de vraag nam nooit af, en meer en meer bedrijven bezweken onder de druk om te blijven presteren. Het was een kwestie van tijd voor overheden hetzelfde deden. Onder het verlangen ’s werelds grootste economie te hebben versoepelden ze de arbeidswetten, en werden de smerigste trucjes onder concurrenten door de vingers gezien. Dat de grote multinationals met steeds meer wegkwamen betekende voornamelijk dat ze ook steeds meer probeerden, want er was toch niemand die hen strafte als ze de arbeidswetten steeds soepeler in acht namen. Of als ze elkaar saboteerden door bijvoorbeeld slaappillen in een koffiezetapparaat te gooien.

Wie het serum had uitgevonden was nooit bekend gemaakt, maar het was China die het gebruik als eerste toestond. De Verenigde Staten en India volgden, met Zuid-Afrika op de hielen. Europa zwichtte als laatste, maar dat was vanaf het begin slechts een kwestie van tijd geweest. Een kwestie van de juiste politici op de juiste plek, zo leek het. Het serum hield je wakker, alert, je had er geen slaap meer door nodig zonder dat je leed onder alle normale bijwerkingen van langdurig slaaptekort. Één shot van het spul kreeg je door de week, en al snel werd het massaal geproduceerd en gedistribueerd.
De laatste keer dat iedereen schijnbaar had liggen slapen, was toen het systematisch toedienen van het serum bij werknemers niet alleen gelegaliseerd werd, het werd ook strafbaar om te weigeren. Daarmee werd slaap indirect wettelijk verboden.

Aaron keek verstoord op van zijn werk toen de deur tegen de muur knalde. Kenneth’s gezicht was hem net iets te vrolijk en triomfantelijk. “Goeiemorgen iedereen,” klonk de stem van de manager over de werkvloer. Justine keek niet eens op, maar dat verstoorde Kenneth’s goede humeur schijnbaar niet. In de perfecte wereld van de hogere regionen van het bedrijf kreeg hij als leidinggevende een hele dag slaap voor hij het serum opnieuw nam, een privilege die bij de functie van manager hoorde. Toch was er vandaag iets anders aan hem, iets dat Aaron niet direct kon plaatsen. Kenneth was wel erg vrolijk, erg energiek ook al had hij dan kunnen slapen. De jonge bureaumedewerker keek kort richting zijn collega, maar Justine keek nog steeds niet op van de schema’s die ze zat te tekenen. Als ze zo voorover hing leek het bijna alsof ze lag te slapen, als je niet beter zou weten. “Mag ik even iedereens aandacht?” Kenneth klapte in zijn handen. Justine’s hoofd kwam langzaam overeind, een verstoorde blik op haar gezicht. “Wat?” snauwde ze, geïrriteerd door het verlangen naar een rustige avond gevuld met dromen. Kenneth deed alsof hij haar niet hoorde. “Ik heb groot nieuws. We hebben gisteren onze belangrijkste klus tot nu toe binnen gehaald,” ging hij onverstoord verder. “Driehonderd La2’s voor het diplomatenkorps, en we mogen het nieuwe model voor de auto’s van de militaire staf ontwerpen.”
Een zacht gekreun klonk door het kantoor. Kenneth’s gezicht werd kritisch. “Ik wil geen klachten horen mensen! Dit is een enorme kans voor ons, dus aan het werk!” Met een klap trok hij de deur achter zich dicht. Justine gromde, Aaron keek verdwaasd naar de lege plek waar Kenneth net nog had gestaan. Het serum hield hem wakker, hield zijn brein semi-scherp, maar tegelijk stompte het je hersenactiviteit af waardoor je het idee had in slow motion te leven. Er waren middelen tegen, maar die waren sinds het massale gebruik van het serum langzaam naar de schaduwen verdwenen. Zo ging dat proces: eerst werd het populair, toen duur, gevolgd door schaars, en uiteindelijk was het allemaal bestempeld als illegale middelen. Aaron keek daas naar Justine, die in zichzelf zat te mompelen. “Enorme kans voor ons, ja ja. Enorme kans voor zichzelf zal hij bedoelen,” klonk haar melodieuze stem langs haar computerscherm. Aaron wist niet of hij gealarmeerd moest zijn door Justine’s openlijke commentaar, hij had collega’s voor minder ontslagen zien worden. Wie zocht er immers nog naar personeel als niemand meer slaap nodig had, en de wet het toestond dat je iemand dwong te werken tot die erbij neerviel? Daarentegen was Justine de enige, samen met hemzelf, die in staat was de complexe ontwerpen voor de motoren van hun hover-mobils te ontwerpen. Haar baan leek daarmee semi-veilig te zijn. Met een zucht kraakte ze haar nek. “Ik weet dat het verboden is, maar ik zou veel geven voor koffie, of een sigaret.” Er was een levendige handel in pep-middelen op de zwarte markt, de één nog illegaler dan de ander. Aaron blikte schichtig naar de deur. “Hoe laat ben je klaar?” siste hij naar zijn collega.

Het was donker in de kleine ruimte, donker en rumoerig. Overal stonden mensen op elkaar gepakt, en de twee bureau-techneuten moesten hun ellebogen gebruiken om zich een weg naar de bar te banen. Justine keek nieuwsgierig om zich heen. Ze was nog nooit in een ondergrondse ‘salon’ geweest, maar het was absoluut niet wat ze zich erbij had voorgesteld. Ondanks de drukte was het warm, sfeervol, en gezellig. Mensen zaten aan kleine tafels te kletsen, de leestafel en boekenkast had een indrukwekkende collectie liggen, en nergens zag ze de afgetobde gezichten die ze zo gewoon was van iedereen op straat. Of de paranoia van de meeste verslaafden. Waarom had de overheid koffie eigenlijk verboden? “Wat wil je drinken?” Met een schok keerde ze terug naar de realiteit. Aaron’s rust, zijn natuurlijke houding hier verbaasde haar misschien nog meer dan de salon. Hij kwam hier vaker, dat was duidelijk, maar hoe kon hij dat betalen? “Een cappuccino, alsjeblieft,” hoorde ze zichzelf zeggen. Het was jaren geleden dat ze voor het laatst koffie had geroken, laat staan gedronken. Tegen de tijd dat ze er oud genoeg voor was geweest was het al niet meer te betalen geweest, maar nu had ze er werkelijk alles voor over.
Met haar handen om de warme kop vloeibaar zwart goud geklemd, en weggekropen in een comfortabele stoel snoof ze het bedwelmende aroma van de vermalen koffiebonen op. Aaron zag het zacht grinnikend aan terwijl hij van zijn espresso nipte. “Welkom in de hemel,” zei hij, terwijl hij genoot van het heldere, scherpe gevoel dat de cafeïne hem gaf. Justine humde tevreden terwijl ze een slok nam. “Hoe wist je van het bestaan van deze plek?” wilde ze weten. Aaron maakte een vaag handgebaar. De ietwat slungelige jongen, die op kantoor zo slecht op zijn gemak was rond anderen, kwam hier volledig uit de verf. Het was wonderlijk om te zien. Nogmaals nam Justine hem op, genietend van de buzz die de koffie ondertussen veroorzaakte. Ze zou zoveel meer werk gedaan krijgen als ze dit op kantoor kon drinken! “Dus, een nieuw model,” begon Aaron, niet wetende waar hij het anders over moest hebben. Justine en hij hadden immers nog nooit een lang gesprek met elkaar gehad buiten werk. De jonge vrouw maakte echter een geluid dat aangaf dat ze het niet over werk wilde hebben. “Kom op Aaron,” mopperde ze zacht. “Ik weet dat je een stille workaholic bent, maar even geen werk, oké? Daar denk ik al 18 uur per dag aan.” De jongen knikte. Zelf draaide de jongen 20-urige dagen, maar Justine was een senior in het bedrijf en dat had een paar karige voordelen. “Oké. Heb je nog iets interessants gelezen de laatste tijd?” Het was de zwakste poging om een gesprek te beginnen maar iets beters kwam er niet in hem op. Het was zo’n knullige poging dat Justine haar lachen nauwelijks kon inhouden. “We zitten hier in een illegale salon, waar jij duidelijk vaker komt, en het enige gespreksonderwerp dat je kunt bedenken is werk of boeken?” proestte ze. Aaron keek een beetje beteuterd, enigszins gekwetst doordat Justine hem in zijn ogen gewoon zat uit te lachen. Justine veegde nog na hikkend langs haar ogen. “Sorry Aaron, ik bedoelde het niet zo. Ik ben deze kant gewoon niet van je gewend.” De uitdrukking op het gezicht van de jongeman werd vragend. “Welke kant?” Justine wees om zich heen. “Dit nonchalante van je, hoe ontspannen je hier rondloopt. Alsof het je allemaal niet kan schelen. Zo heb ik je op kantoor nog nooit gezien.” Aaron kon het niet helpen, terwijl Justine hem zo beschreef begon de jongen te blozen. Hij voelde de hitte vanuit zijn nek omhoog kruipen, het was een sensatie die hij goed kende. Het was het gevoel dat hem in het dagelijks leven vaak overviel, wanneer hij zonder woorden kwam te staan en zijn hoofd zo rood als een tomaat werd. Aaron had een hekel aan blozen, en ergens vond hij het verschrikkelijk dat hij het hier nu ook deed. In de salon had hij zich nog nooit onzeker gevoeld, nog nooit slecht op zijn gemak, en dat vond hij juist zo heerlijk. Hij kwam eerder daarvoor terug dan voor de koffie. Justine had niets door van de gêne van haar collega, ze keek enkel gefascineerd om zich heen. “Moet je zien hoeveel mensen hier zijn,” zei ze zacht, overdonderd. “Allemaal zo verschillend, en toch passen ze hier allemaal bij elkaar.” Ze kon zich niet voorstellen dat koffie zo verbindend kon zijn. Aaron knikte, nauwelijks zichtbaar. “Iedereen is hier welkom,” zei hij op rustige toon, in een poging nonchalant te kijken. Er waren koffiesalons waar een lidmaatschap vereist was, om een soort exclusiviteit af te dwingen, iets dat Aaron maar vreemd vond. Exclusiviteit lag al in de wetteloosheid, en de prijs van een kop koffie. Wie iets goedkopers wilde om zich scherp, om zich levend te voelen viel eerder terug op de aangelengde energiedrankjes of op slecht versneden drugs. Het ‘Slaap Verbod’ had de zwarte markt doen groeien, en Aaron wist zeker dat er een paar hooggeplaatste personen zeer rijk door waren geworden. Het interesseerde hem echter niet genoeg om daar echt in te duiken. “Hoe heb je dit ontdekt?” Aaron werd door de stem naast hem uit zijn gedachten gerukt. Justine keek hem nieuwsgierig aan, ze wilde duidelijk weten hoe een teruggetrokken gozertje als Aaron zijn weg naar de ‘onderwereld’ had weten te vinden. Het verhaal zou echter niet zo spectaculair zijn als ze hoopte. “Mijn ouders importeerden koffie,” begon hij met vertellen. “Voor het verbod. En toen het werd gemarkeerd als een Klasse A verslavend middel zijn ze ermee gestopt. Maar niet voordat ze al hun kennis voor grof geld hadden verkocht.” Met iets openhangende mond staarde Justine naar haar collega. “Bedoel je… Zijn je ouders…?” Aaron schudde snel zijn hoofd. “Absoluut niet. Ze handelen nu in dure wijnen. Maar in zekere zin hebben ze de roasters en barista’s die hier handelen wel van alle nodige informatie voorzien. Wat die er verder mee doen, daar hebben mijn ouders niets mee te maken.” Of hij het bewust deed kon de vrouw niet helemaal peilen, maar Justine pikte wel degelijk op dat haar collega defensief werd. “Hé, ik bedoelde het niet zo,” begon ze nog, maar Aaron hief zijn hand al op. “Whatever,” mompelde hij. Dit was precies de reden waarom hij zelden over het (voormalig) werk van zijn ouders begon. “Aaron, kom op, ik bedoelde het niet zo.” Maar de jongen wilde haar al niet meer aankijken terwijl hij weer een slok nam van zijn koffie. Het was een fout geweest om Justine hiermee naar toe te nemen, besefte hij nu. Hij had iets weggegeven van zijn persoonlijke leven, iets dat beter geheim had kunnen blijven.

“Hé, is dat… is dat Kenneth?” Verbijsterd keek Justine naar een figuur aan de andere kant van de salon. Hij was moeilijk te zien, maar ze had het postuur van de manager zelfs op deze afstand en in het gedimde licht herkend. Aaron keek op van het boek dat hij had zitten lezen. “Waar heb je het over?” Met een opgetrokken wenkbrauw keek hij naar Justine. Was ze zo gevoelig voor cafeïne dat ze nu al dingen begon te zien? Justine’s blik bleef gefocust op de figuur aan de rand van de bar. “Daar,” zei ze zacht, terwijl ze naar hem wees. Aaron volgde haar vinger, kneep zijn ogen tot spleetjes, maar zelfs dan zag hij niet wat Justine beweerde te zien. “Man, jij ziet spoken,” zei hij. “Misschien moet je maar stoppen met de koffie.” Aan Justine’s gebrom te horen was ze dat absoluut niet van plan.

Photo by Brian PDX on Foter.com / CC BY-ND

Er waren signalen geweest, veel signalen zelfs, die Aaron had moeten zien, als hij maar beter had gekeken. Maar wanneer je week na week niet slaapt kwam er uiteindelijk een punt waarop alles veranderde in een vage waas en er was niet genoeg koffie in de wereld om dat volledig op te heffen. “Hé Justine, jij bent vroeg.” Verbaasd keek de jonge ontwerper naar zijn collega. Justine draaide kortere dagen dan hij, en dat gebruikte ze meestal door later te beginnen. Toen er geen reactie van haar kant kwam liep Aaron om haar bureau heen. “Justine?” Chagrijnig keek ze op, de kringen onder haar ogen deden hem schrikken. “Wat?” snauwde ze, vermoeid, chagrijnig. “Eh.. Ik..,” stamelde de jongeman. Justine gromde. “Aaron, als je iets te vragen hebt doe het dan nu, oké. Kenneth’s deadline is morgen en ik heb nog ontzettend veel te doen.” De felheid was niet nieuw, zeker niet van Justine als ze bezig was met het halen van een deadline. In dat opzicht alarmeerde het Aaron niet hoe ze hem toesnauwde, de blik in haar ogen was echter wat hem bezorgd maakte. Die was anders, op een manier die hij niet kon verklaren. Scherper, harder, alsof ze dwars door hem heen kon kijken. Niet de wazige blik van een werknemer die enkel wakker werd gehouden door medicijnen. Aaron’s frons werd dieper. “Justine, waar ben je mee bezig?” siste hij haar toe. Fel keek ze hem aan. “Hou je erbuiten.” Waarop ze haar scherm wegdraaide, in een poging hem buiten te sluiten van wat erop plaatsvond. Aaron greep het scherm vast, rukte het naar zich toe. Zijn ogen werden groot. “Dit is geen werk,” zei hij geschrokken. “Waarom ben je Kenneth aan het opzoeken?” Met grote ogen keek hij naar haar. “Justine, wat doe je?” Je bleef met je poten van de manager af, tenminste, als je je baan wilde houden. Met een felle blik keek ze naar hem op. “Ik weet wat ik heb gezien in die salon. Kenneth is up to something, en ik wil weten wat dat is.” De toon in haar stem maakte Aaron enigszins bezorgd. “Justine,” begon hij, een laatste poging om haar te bereiken. De vrouw zuchtte. “Luister Aaron, of je helpt me uit te zoeken wat hier aan de hand is, voor wat voor man we welke dag werken. Of je laat me nu met rust en doet alsof je niets hebt gezien of gehoord.” De jongen verstijfde. Hij was door veel mensen afgesnauwd in zijn leven, en er zouden er vast nog wel meer volgen, maar Justine was er nooit eentje van geweest. En ergens maakte dat zo’n enorme indruk op hem dat hij met een zucht ging zitten. “Wat heb je nodig?” Met een schok ging Justine’s hoofd omhoog. “Je gaat me helpen?” vroeg ze verbaasd. Hij knikte, gevolgd door opgehaalde schouders. “Je hebt gelijk, er klopt iets niet.” Ergens wist hij nu al dat dit heel veel koppen koffie zou gaan vragen om dit raadsel, een raadsel dat alleen Justine zag, op te lossen. De jongen twijfelde nog steeds over Justine’s claim dat ze hun manager had gezien in de salon, en zelfs als hij daar was geweest hoefde het niets te betekenen, maar als hij haar op deze manier misschien enigszins uit de problemen kon houden was dat het waard. Als zij werd vervangen was de lol wel een beetje uit zijn werk. “Waar wil je beginnen?” Hij startte zijn computer terwijl Justine’s gezicht oplichtte door het idee dat ze dit niet in haar eentje zou hoeven doen. “Ik onderzoek de bestellingen die de afgelopen maanden zijn gedaan, bekijk jij de ingeleverde bouwtekeningen. Dan doe ik daarna mogelijke aliassen en kun jij door naar zijn bewegingen online.” Aaron zuchtte diep terwijl de vrouw weer achter haar scherm wegdook. Hij had hier nu al spijt van.

________________

“Dit is vreemd,” mompelde Aaron zacht. Justine keek meteen op, als een stokstaartje dat onraad rook. “Wat is vreemd?” wilde ze weten. Aaron gebaarde dat ze met hem mee moest kijken. Op zijn computerscherm was een bouwtekening te zien van iets dat eruit zag als een automotor, en een ander zou er misschien intrappen maar Justine en hij hadden die motor zelf ontworpen. Dit leek er dan misschien op, voor hen was het was duidelijk niet hetzelfde ontwerp. Justine fronste haar wenkbrauwen. “Waar zijn de filters? En wat doet die waterbak daar?” Haar ogen volgden de lijnen, de constructie, haar brein vertaalde in secondes de codes en de berekeningen die overal bij waren genoteerd. Het was precies het werk wat ze ook deed bij het keuren van een design, de reden dat ze zo goed was in haar werk dat ze het tot senior in het bedrijf had kunnen schoppen, de reden dat ze nooit ontslagen zou worden ongeacht de bezuinigingen die doorgevoerd werden. Aaron humde zacht, instemmend, ook al was er niets gevraagd waar je “ja” op kon antwoorden. Hij klikte door. “Is dat een dubbele pomp? In de La2 zit een enkele constructie,” zei Justine zacht. Vragend keek ze Aaron aan. “Heb jij dit besteld?”  Waarom zou hij zo’n duur, en essentieel onderdeel twee keer inbouwen als er maar eentje nodig was? De jongen schudde zijn hoofd. “Nee, en dit is niet de eerste die ik tegen ben gekomen. Er zitten meer tekeningen tussen die niet kloppen, allemaal aanpassingen van onze designs.” Waar hun naam ook onder stond. Daarmee wees alles terug naar hen mocht er ooit een controle zijn, maar tegelijk wisten ze van niets. Justine fronste haar wenkbrauwen. “Maar het is ontzettend veel werk om een tekening aan te passen, zeker gezien dit professioneel gedaan is,” mompelde ze. Zij zag de fouten er alleen maar in omdat het oorspronkelijke design van haar eigen hand was gekomen. Waarom had iemand hier zoveel moeite voor gedaan? Aaron keek naar haar op. “We moeten dit melden, voordat iemand bij ons komt zoeken naar antwoorden.” Ze zag zowaar angst in de ogen van de jongen. Aaron was nog nooit in de problemen gekomen, ook al hadden sommigen het idee dat hij als computernerd wel eens dingen had uitgehaald op het gebied van hacken. Dat imago paste echter volledig niet bij hem. “Laten we…” begon ze, maar ze moest eerst even rustig nadenken. “Volg mij.”

De werkplaats van het bedrijf was nauwelijks meer dan een veredelde opslag ter grootte van een middelgrote loods. Het stonk er naar metaal, naar olie, naar zaagsel, en naar zweet. De radio en ventilator die de mensen die hier werkten altijd aan hadden staan konden nauwelijks meer door de vele lagen stof heen blazen. De muziek klonk dof, en het gepiep van de ventilator die tegen de stofwebben vocht was op zijn minst zielig te noemen. Aaron keek ietwat angstig op zich heen, bang dat ze straks in de kraag gevat zouden worden, zoals in de avonturen-films die hij graag keek. Justine zuchtte diep, geïrriteerd om het schichtige gedrag dat haar op de zenuwen werkte. Ze was moe, en dan was ze niet per se de meest vriendelijke persoon om bij in de buurt te zijn. “Aaron, relax of ik sluit je op in een kast tot ik klaar ben,” gromde ze hem toe. “Niemand ontdekt ons hier. Het personeel is al door naar de fabriek.” ’s Ochtends werden de onderdelen hier opgehaald, om ’s middags in de fabriek in de auto’s te worden gezet, zodat ’s avonds de nieuwe onderdelen hier weer opgeslagen konden worden. “Wat doen we hier?” vroeg Aaron. Het was een vraag die hij nu al vijf keer had gesteld maar Justine had nog altijd geen antwoord gegeven. “We zijn op zoek naar die onderdelen,” zei ze simpelweg. Niet dat Aaron een idee wat dat precies inhield, maar daar liet Justine zich duidelijk niet door stoppen. Ze trok een doek weg, eronder lagen stapels banden die een sterke rubber-achtige geur verspreidden. Aaron kokhalsde nog net niet, wat hem op nog een geïrriteerde zucht van zijn collega kwam te staan. Met een opgetrokken wenkbrauw keek ze hem aan. “Serieus joh. Ben jij opgegroeid in een soort plastic bal? Dit ruikt lang niet zo heftig als die koffiebranderij van je.” Geschrokken keek Aaron haar aan. “Niet zo hard,” siste hij haar toe. Justine rolde met haar ogen. “Maak je niet zo druk gek. Ik zei toch dat hier rond deze tijd niemand is. En de camera’s zijn met zo’n laag stof bedekt dat ze niets zien.” Het feit dat die schijnbaar al lange tijd niet werden schoongemaakt had haar wantrouwen enkel versterkt. Het was Kenneth’s werk als manager om de werkplaats op orde te houden, en het onderhoud was op zijn minst achterstallig te noemen. Zelfs met de versoepelde arbeidswetten was deze werkplek nauwelijks acceptabel. Als je niet al allergisch was voor stof, zou je het hier prompt worden. Hetzelfde gold voor het ontwikkelen van hypochondrie. “Help me nou maar met zoeken. Ik weet zeker dat we hier iets gaan vinden dat er niet thuis hoort.” Ze trok een deksel van een kist. Het hele ding was gevuld met miljoenen bouten en moeren. Aaron slikte en schuifelde langzaam van de vrouw weg. Met twee vingers tilde hij een oliedoek die er ranzig uitzag, met vlekken motorolie en vieze vegen van uitgeveegd stof, op en keek er onder op de enige manier die ervoor zorgde dat hij het ding niet verder hoefde aan te raken. Hij was wel blij geweest dat zijn ouders hun koffie-imperium hadden opgegeven toen het illegaal werd, daardoor had hij er nooit hoeven werken. Hij hield van de salon en de sfeer, maar hij was tegelijk dolgelukkig dat hij nooit achter de bar of in de branderij had hoeven staan. Aaron hield van zijn kantoorbaantje, waar dingen gewoon schoon bleven en hij zich alleen zorgen hoefde te maken over penvlekken op zijn vingers of potloodresidu op de zijkant van zijn handen. Dat kon je tenminste lekker makkelijk wegspoelen. Daartegenover stond Justine, die geen enkel probleem leek te hebben met deze ranzige omgeving, maar ze had er dan ook vaak genoeg rondgelopen om haar ontwerpen in de werkelijkheid te zien. Daarom was ze zo goed in haar werk, ze was een combinatie van praktijk- en theoriekennis die zich samenvoegden in de meest perfecte bouwplannen waar geen speld meer tussen te krijgen was. En daarom wist ze dat er iets helemaal niet klopte aan die tekeningen. Behalve dan dat ze dure onderdelen vereisten terwijl die niet nodig waren, waren de tekeningen volslagen nutteloos. Een motor met twee pompen zo dicht op elkaar zou zichzelf binnen de kortste keren oververhitten.
“Justine, is dit misschien iets?” Met wat moeite, die volledig mentaal was, pakte Aaron met zijn beide handen een metalen deksel van een olievat vast en trok hem weg. Met een luide klap landde het ding op de grond, waardoor hij meteen iets in elkaar kromp. Met een frons keken ze gezamenlijk, in stilte, naar de inhoud van het vat. “Nou, ik denk dat we makkelijk kunnen vaststellen dat dat daar niet in hoort te zitten,” zei Justine op droge toon. Het glimmende metalen motoronderdeel was ten eerste splinternieuw, en ten tweede was het absoluut niet de olie die volgens de papieren in dit vat hoorde te zitten op het moment.
“En ik denk dat we ook makkelijk kunnen vaststellen dat het niet zo verstandig is dat jullie hier achter zijn gekomen.” De stem achter hen was zwaar, dreunde door de werkplaats. Hij deed hen verstijven. “Er zijn plekken waar je niet moet rondneuzen, Justine,” ging de zware stem verder. Justine kende het geluid als geen ander. De afgelopen jaren had hij haar haar leven op kantoor vaak genoeg tot een nachtmerrie gemaakt. Van de 18 uur die ze per dag werkte, was Kenneth 12 uur per dag aanwezig om haar lastig te vallen met vervelende vragen en stomme opmerkingen over wat ze had ontworpen. Hij vroeg haar naar alles waar hij geen kennis van had, maar waar hij wel iets over te zeggen had. Nooit had ze begrepen wat hij op zijn functie deed of hoe hij aan zijn baan was gekomen, maar nu werd alles ietsjes duidelijker. Langzaam draaiden ze zich om, Aaron’s gezicht zag bleek van angst, Justine’s blik was peilend terwijl ze de mogelijkheden afging. Konden ze om hulp roepen? Ongezien wegkomen? De manager stond met één arm op een krat met een opgetrokken wenkbrauw naar hen te kijken, kauwend op een tandenstoker. Als de situatie niet ontzettend dreigend was geweest had Justine hem waarschijnlijk uitgelachen om zijn stereotype bad guy uitstraling. De bovenste knoopjes van Kenneth’s overhemd waren open, zijn mouwen opgerold, en zijn hele houding straalde een ongekend soort nonchalance uit, de man voelde zich absoluut niet bedreigd door de ontdekking die zijn twee werknemers zonet hadden gedaan. Dat was misschien wel wat Justine het meest verontruste. Als je was betrapt op iets illegaals moest je er toch nerveuzer uitzien? En als dit niet illegaal was, waarom had Kenneth dan zo zijn best gedaan om het te verbergen? Een grijns begon zich om Kenneth’s lippen te vormen, hij zag de langzame realisatie in Justine’s ogen vormen. “Ik vermoedde al dat jij degene was die er uiteindelijk achter zou komen,” zei hij op zachte toon, terwijl achter hem een paar mannen opdoemde. Leden van de loodsploeg, herkenbaar aan hun werkkleding die al net zo stoffig was als de rest hier. “Sterker nog,” ging hij verder terwijl hij zijn tandenstoker weggooide, “ik had ervoor gewaarschuwd. Dat we andere tekeningen zouden moeten nemen of, nog beter, dat we je zouden moeten inlijven in de organisatie.” Justine’s ogen vernauwden. “Welke organisatie?” Het wantrouwen, de alertheid droop van haar woorden af. Niets aan zijn houding leek op de Kenneth die Justine kende van werk. Daar was hij een arrogante, ietwat te irritante pennenlikker. Hier was hij een zelfverzekerde, rustige, en stabiele man. Een man, maar bovenal ook een drugsdealer, een baron in de wereld van cafeïne. Daar was ze nu van overtuigd. “Dat kan Aaron je als beste vertellen, of niet Aaron?” Het was de eerste keer dat Kenneth Aaron recht aankeek. De jongen keek wat schuchter naar de man die hem in het dagelijks leven enkel van opdrachten en kleinerende opmerkingen voorzag. Justine’s blik ging vragend naar haar collega, hij ontweek haar ogen. “Kenneth… Kenneth was degene die alle informatie van mijn ouders heeft gekocht.” Een korte, schampere lach kwam over Kenneth’s lippen. “Nu geef je me teveel eer Aaron,” grinnikte hij. “Ik kocht de informatie namens de CEO. Jullie dachten toch niet dat onze auto’s werkelijk zoveel opbrachten als we elk jaar omzetten? Terwijl de concurrentie zo moorden is? Nee, die inkomsten hebben we toch echt te denken aan die lieve ouders van je Aaron. Ze waren zelf te laf om erin verder te gaan, en hebben toen van mij een rijk en machtig man gemaakt.” De laatste helft van Kenneth’s verhaal had Justine al nauwelijks meer gehoord. De CEO… De directeur zat hier achter? Ze kon zich dat nauwelijks voorstellen, of tenminste niet dat hij er werkelijk mee weg kwam. “Dat… Wat als de aandeelhouders…” stamelde ze, maar Kenneth viel haar in de reden. “De aandeelhouders zijn alleen maar geïnteresseerd in hun jaarlijkse bonus, en de baas is alleen geïnteresseerd in de resultaten die ik voor hem boek. Dus ik denk dat je wel begrijpt dat ons kleine geheimpje hier nooit naar buiten moet komen. Toch?” De grijns was weg, zijn blik was ijskoud geworden. Justine voelde een rilling over haar rug trekken. Als Kenneth echt de zaken voor de directeur runde, in de miljoenenbranche van de zwarte markt, dan kon ze zich alleen maar voorstellen in hoeveel gevaar ze nu waren. “Een geheimpje dat niet alleen mijn dekmantel als manager in gevaar brengt, maar dat ook een heel groot transportmerk een beetje onder druk zet,” gaf Kenneth gehoor aan haar gedachten. Niets aan hem gaf weer dat hij bang was dat ze dit bekend zouden maken, hem zouden verraden en dat maakte Justine een tikje angstig. Wat was Kenneth van plan? Hij keek zonder enige emotie naar de twee. “Maar gelukkig heb ik een oplossing,” vervolgde hij langzaam, de angstige blikken van Justine en Aaron beantwoordend.

_______

Nooit had Justine gedacht dat ze zou werken voor de grootste drugsdealer van de wereld die zij kende. Inmiddels was ze niet eens zeker meer welke wereld dat was. Ze probeerde van de koffie af te blijven, de cafeïne links te laten liggen. Ze had er genoeg mensen aan onderdoor zien gaan. Maar dat scherpe, heldere gevoel was vreselijk verleidelijk. Ze had haar baan behouden, net zoals Aaron. Het enige dat Kenneth van hen vereiste, in ruil voor dat hij hen met rust liet, was dat ze zulke gedetailleerde tekeningen maakten dat er nooit iemand achter zou komen dat er zo nu en dan onderdelen “verdwenen”. Op die manier was de productie van koffiemakers verdubbeld, en waren ze ook in staat om gepantserde auto’s te leveren aan de diplomaten die Kenneth zo nu en dan omkocht. Justine had ervoor gekozen te doen alsof ze niet wist waar ze de tekeningen voor maakte, dat het gewoon een opdracht was net als alle anderen. Puntje bij paaltje werkte ze nog altijd voor dezelfde baas, dus wat was het verschil nou eigenlijk? Ze wist niet hoe Aaron hiermee omging, en ze wilde het ook niet weten. Ergens was dat vreemd, gezien hij degene was die haar had geïntroduceerd in deze wereld, en tegelijkertijd was deze afstand tot hem de enige manier die ze kon bedenken om met haar huidige leven om te gaan. Ze zuchtte terwijl ze de bestellingen bij haar ontwerp plaatste. Twee energiepoorten en acht transporters. Dubbele aantallen, ze wist het, de fabriek wist het, en tegelijk zou niemand het controleren. De onderdelen verdwenen, zouden worden toegevoegd aan Kenneth’s nieuwste wagen, en niemand zou erachter komen. Justine’s hand gleed in haar zak, zonder op of om te kijken stopte ze een kauwgompje in haar mond. Niet nadenken, gewoon werken, niet opkijken, niet nadenken, gewoon werken, ze moest zich gewoon gedragen als alle andere slapeloze zombies. Wat aanzienlijker makkelijker was geworden nu, niet nadenken door vermoeidheid en dufheid door het serum was een fijnere afleiding dan de jaarlijkse trip naar Dromenland.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

error: Content is protected!!