Share this

Vandaag in 1867 opent het luxueuze Amstel Hotel zijn deuren. Het gebouw aan de Amstel was jarenlang het duurste hotel van Amsterdam, en staat nu ook nog in de top drie ondanks dat het de laatste jaren niet meer als het meest exclusieve etablissement is.

De 19de eeuw was een tijd waarin grandeur de boventoon speelde. Steden werden uitgebreid, monumenten werden opgericht, de rijkere bevolking ging op zoek naar de klassieke kunst en nam die mee naar huis om mee te pronken. Amsterdam liep achter op deze ontwikkeling. Tegen het einde van de 19de eeuw hadden de meeste grote steden in Europa zichzelf uitgebreid met grote stations, dierentuinen, en ook met hotels. In de Nederlandse hoofdstad had Artis zijn deuren al tientallen jaren geopend, maar een station en een groot hotel misten nog.

De bouw van het Amstel Hotel was onderdeel van een groot plan dat de stad Amsterdam zou uitbreiden en aanvullen. De tentoonstellingsruimte Paleis van Volksvlijt was het eerste nieuwe gebouw geweest en het plan was om de Amstel zo ver mogelijk te betrekken door panden aan weerszijden van het water te bouwen. Een van de panden aan de rivier zou het nieuwe grand hotel van de stad worden, als het aan de arts Samuel Sarphati lag. Sarphati was een van de drijvende krachten achter de uitbreiding van de stad en hij vond dat er ook een groots hotel moest komen voor buitenlandse gasten.

Paleis
Voor het ontwerp werd architect Cornelis Outshoorn ingehuurd, die zich liet inspireren door de paleizen in Nederland voor zijn ontwerp. Deze inspiratie was niet vreemd, in bijna alle wereldsteden waren de grand hotels vormgegeven op basis van de paleisarchitectuur in het land. Outshoorn was echter erg ambitieus met zijn plannen. Zo moest het hotel een gigantisch vierkant gebouw worden, met vier vleugels en een met glas overdekte binnenplaats. Uiteindelijk zou er maar één vleugel gerealiseerd worden, hoewel het gebouw wel groot en vierkant werd. Het formaat en de klassieke stijl doen echter wel denken aan een paleis, waardoor Outshoorn in zijn opzet is geslaagd.

Sceptisch
In Nederland was men sceptisch over de bouw, zeker in Amsterdam zelf. Vele wijken van de stad waren verarmd en vervuild, iets wat maar heel langzaam werd opgelost ondanks dat Sarphati dit als een van zijn belangrijkste projecten zag, en de bouw zou een miljoen gulden gaan kosten. Bovendien lag het 20 minuten van het centrum vandaan en had Amsterdam geen hotel-cultuur, iets dat botste met de wensen van de internationale gasten die de stad aan wilde trekken. Zo zouden rekeningen niet kloppen, en klaagden sommige mensen in het gastenboek dat hun beddengoed niet was verschoond.

Inmiddels is het Amstel Hotel echter een pand dat men niet meer weg kan denken van de Amstel, ook al is het bekender onder internationale gasten dan de meeste Nederlanders. In 2011 werd het voor 450 miljoen euro verkocht aan een Libanese zakenman die de grandeur en het imago van het hotel weer in oude glorie wilde herstellen, 7 jaar later staat het echter opnieuw in de verkoop.

Share this