Share this
Photo: Martin St-Amant

Photo: Martin St-Amant

Vandaag in 1520 beschrijft een Europeaan voor het eerst een pinguïn, hoewel Antonio Pigafetta in de eerste instantie dacht dat het een vreemd soort gans was.

Technisch gezien was de eerste Europeaan die pinguïns zag de Spaanse ontdekkingsreiziger Vasco da Gama, hij zag de dieren op 25 november 1497. Da Gama wist meteen dat de dieren die hij zag geen ganzen waren, maar kende hun werkelijke naam ook niet. De soort die de Spanjaard zag, leeft in Zuid-Afrika en werd door Da Gama Jackasspenguin genoemd omdat hun geluid lijkt op het balken van een ezel. Waarom kreeg Vasco da Gama niet de eer voor het ‘ontdekken’ van de pinguïn? Omdat zijn notities pas in 1838 werden gepubliceerd, en toen had Pigafetta iedereen al over het dier verteld. Pigafetta ving ‘zijn’ pinguïn waarschijnlijk in de buurt van Punta Tombo, waar nog altijd een grote kolonie magelhaenpinguïns leeft.

Poep
Hoewel Pigafetta dus de eerste Europeaan was die de ontdekking van de pinguïn bekend maakte, was het beest natuurlijk allang ‘ontdekt’. Lokale volkeren joegen op ze voor het vlees, of verzamelden de poep van de vogels. Je leest het goed: de poep. Pinguïnpoep, ook wel guano genoemd, is bijzonder goede mest voor landbouw. Zo goed zelfs, dat veel pinguïn-soorten bijna uitstierven toen de rest van de wereld dat ontdekte. In de 19de eeuw schraapten de Europeanen en Amerikanen massaal poep van de rotsen, met desastreuze gevolgen voor de pinguïns die op die rotsen leefden. De vogels gebruiken hun poep namelijk om nesten mee te bouwen. De uitwerpselen zorgen ervoor dat de sneeuw smelt en worden keihard, waardoor de eieren in een soort ‘kommetjes’ uit de vrieskou liggen. De oogst van guano nam pas af door de uitvinding van kunstmest. Alleen lokale boeren, die geen geld hebben voor de artificiële producten, blijven vaak afhankelijk van de pinguïns.

Ooh, en voor iedereen die het zich nog afvraagt: Nee, er leven geen pinguïns op de Noordpool! Pinguïns in het wild komen alleen op het zuidelijk halfrond voor. Wil je trouwens meer lezen over magelhaenpinguïns? Dan is De pinguïnlessen een zeer interessant boek.

Share this