Category: Linda Schrijft (page 1 of 20)

Grootmoeder

Het is koud buiten, een gevoel dat tot diep  in je botten kruipt. De bank kan me niet groot genoeg zijn om in weg te kruipen, de deken houdt mijn benen en voeten lekker warm, maar het is uiteindelijk de beer in mijn armen die ervoor zorgt dat ik met een nietsziende blik naar de televisie aan de andere kant van de kamer staar. Erop is een prachtige natuurdocumentaire te zien maar mijn brein wil niet alles opnemen wat het toegezonden krijgt. De beer in mijn armen is warm, pluizig, en net een tikje zwaarder waardoor hij hetzelfde voelt als een heerlijke dikke donzen deken.

De beer is al 24 jaar bij ons thuis, toen mijn oma ermee aankwam toen ik twee jaar oud was. Hij moet toen groter zijn geweest dan ik nu ben want nog altijd is het geen kleine teddybeer. Met het ding in mijn armen denk ik aan die kinderjaren. Mijn broertje en ik kwamen vaak bij mijn opa en oma, bleven er logeren, brachten er middagen spelend door. Ze hadden een houten cowboy-dorp waar we lego-poppetjes, knuffels, en alles wat we verder konden vinden hele avonturen lieten beleven. De beer doet me terugdenken aan die tijden, en hoe dingen door de jaren heen zijn veranderd. Niet dat ik mijn grootouders niet meer zie, hun huis in Frankrijk is een vaste vakantiebestemming voor ons, maar wel in hoe mijn broertje en ik volwassen zijn geworden. En hoe de rol van mijn grootouders daardoor veranderd is.
Vroeger bakte ik met oma zandkoekjes, maar daar hield het toch wel mee op. Afgelopen vakantie stond ik met haar appelmoes en boeuf bourguignon te koken. Vroeger gingen we naar Artis, nu struinen we samen de IKEA af. Wat niet veranderd is is dat ik weet dat als ik binnenkom er een kop thee op me staat te wachten, wat niet is veranderd is dat beer er nog is zodat ik onder hem in slaap kan vallen, en wat er niet veranderd is is dat als ik in Frankrijk op bezoek kom we nog altijd naar de markten gaan.

Opa en oma zijn er nog steeds, net als beer.

Blauw staan

“Ik sta blauw!”
Het enthousiasme waarmee Emma binnen kwam stormen deed Jess met haar wenkbrauwen fronsen.
“Blauw staan is niets,” zag ze genoodzaakt haar beste vriendin te herinneren. Emma verzon graag haar eigen uitdrukkingen, waarbij ze luid verkondigde dat die logischer waren dan de werkelijke spreekwoorden. Ook nu kreeg ze weer die vastberaden uitdrukking op haar gezicht, klaar om haar woordkeuze te verdedigen.
“Tuurlijk wel. Als je blut bent sta je rood, en blauw is het tegenovergestelde van rood. Dus als je allesbehalve blut bent sta je blauw.”
De logica was niet eens zo verschrikkelijk krom, maar dat maakte Jess sceptische blik niet minder.
“Dus je staat blauw,” besloot ze maar mee te spelen. “Zomaar? Ineens?” Naar haar weten had Emma net zo weinig geld als zij, wat betekende dat ze elke maand problemen hadden met het ophoesten van de huur. De grijns op Emma’s gezicht werd nog ietsjes groter, net als Jess’ argwaan.
“Dat zal je wel zien.”

Ze zou het inderdaad zien. Eerst dacht Jess nog dat Emma aan de loterij had meegedaan, ervan overtuigd dat zij het winnende lot in handen had. Maar die hoop vervloog toen op een dag de deur uit de scharnieren vloog en haar vriendin niet veel later in handboeien werd afgevoerd. Grootschalige fraude, ze had miljoenen euro’s van werk doen verdwijnen. Tenminste, dat was de aanklacht.
“Wie komt u bezoeken?” De bewaker keek nauwelijks op van het logboek.
“Emma Roth.”
“Roth… U bedoelt de dame die blauw wilde staan?”
Ja, die ja.

De dierentuin

Artis in de vroege ochtend is als een andere wereld. Omringt door lange schaduwen en koele ochtendlucht klinkt het gebrul van apen. De gibbons leven zich uit in hun bomen, terwijl de buurtbewoners nog wakker moeten worden. Het park is uitgestorven. De leeuwen zoeken loom het enige hoekje in hun verblijf op waar ze in de ochtendzon rustig kunnen ontwaken. Traag klimmen de stralen verder, met nog weinig kracht om de ochtendmist te doen verdampen. De wereld is mythisch, het park een tropische schuilplek voor de buitenwereld. De rijzende zon is eigenlijk de vijand van dit heerlijke gevoel dat je even alleen bent, alleen in een wereld die niet bestaat.

Die nooit heeft bestaan.

Snel sluit je je ogen en wentel je je nog even in de geluiden van apen en vogels, geniet je van de koele lucht in je longen en de zon op je huid, waan je je in het zand tussen de giraffen of aan de oever van een onbewoond eiland. En dan…

opent het park.

Older posts

© 2018 Leest&Maakt ‘t

Theme by Anders NorenUp ↑

error: Content is protected!!