Category: In de boekwinkel (page 1 of 16)

De vaste boekenprijs

“20 euro?! Dat is echt belachelijk!” Goed, het boek dat de klant in handen houdt is inderdaad niet dik. Het is ook geen hoogstaande literatuur. Maar de blik die ze op mij werpt is ook niet terecht, ik heb die prijs immers niet verzonnen. In Nederland zijn boekverkopers wettelijk gebonden aan een vaste boekenprijs, dat is de reden dat veel kleine boekwinkels nog bestaan.

De boekenprijs is per wet vastgelegd in Nederland, en iedere boekhandel dient zich eraan te houden. Er zijn echter mensen die het daar niet mee eens zijn. Bijna elk jaar laait de discussie over de `vaste boekenprijs` weer op, met meestal een grote keten of een marketing-bureau dat pleit voor de afschaf ervan. Echter, hij blijft elke keer weer bestaan en wij als kleine boekhandel zijn daar altijd weer dankbaar voor. Want als we het simpelweg bekijken kunnen wij niet gaan concurreren met de prijs. Bol.com kan, en doet dat van tijd tot tijd. Bruna en AKO kunnen dat en krijgen er soms de mogelijkheid toe met zomeraanbiedingen. Wij, de kleine Zwart op Wit, kunnen dat NIET. Sterker nog, als we door de afschaf van de wet zouden worden gedwongen erin mee te doen, dan zal het lachen ons spoedig vergaan.

Toch zijn er klanten die dit niet altijd begrijpen. Het zijn mensen die al hun relatiegeschenken hier kopen, twintig boeken of meer, en die dan vragen hoeveel korting ze van ons krijgen omdat ze “zo’n grote aankoop in een keer doen”. Wanneer wij proberen uit te leggen dat we dat eigenlijk niet doen zijn ze beledigd. Het kan ze niet schelen dat zelfstandige boekhandels het al lastig genoeg hebben, en dat alle korting van de marge die wij mogen houden afgaat. En dat wij een boete kunnen krijgen van €4.500 kunnen krijgen mochten we betrapt worden op het geven van dergelijke kortingen, interesseert hen al net zo min. De klant is immers koning.

Goed, de klant is misschien koning, maar een goede koning weet wanneer hij/zij wel of niet om offers moet vragen. Als medewerker, en liefhebber van de kleine zelfstandige boekhandel vraag ik dan ook: zie uw uitgave niet alleen als een handeling om de boekenbranche in leven te houden. Zie het ook als een investering in ons, in onze tijd, moeite, en expertise. De medewerkers van Zwart op Wit Boekhandel doen, zoals al onze vaste klanten weten, eindeloos hun best om up to date te zijn en op maat gesneden advies te kunnen geven. Dat kunnen we omdat de vaste boekenprijs ons de ruimte geeft om met boeken bezig te zijn, om ze te lezen. In plaats van enkel te knokken met de grote aanbieders, en zo veel mogelijk te verkopen. Dus respecteer de vaste boekenprijs, respecteer uw boekverkoper, en dan helpen wij u met veel liefde de herfst weer door.

Boeken, klanten en bezoekers

old-books-photography-2399781[1]Werken in een boekwinkel is zo verkeerd nog niet. Zou je denken. De hele dag worden de meest vreemde situaties naar je hoofd gegooid.

Alle columns in deze rubriek gaan over klanten, mensen die al dan wel of niet iets kopen in de winkel. Maar eigenlijk zijn al die mensen min of meer hetzelfde, dat heb je meestal met een vaste-klanten-groep. Sommige klanten brengen nieuwe  bezoekers binnen die veel leuker zijn dan zijzelf. De klant is de menselijke koper, maar de bezoeker is harig, bestaat in vele soorten en maten, en ze zijn op hele verschillende manieren opgevoed. Ze hebben echter één ding gemeen met elkaar: ze zijn de beste vriend van de mens.

“Mag hij mee naar binnen?” Vragend wijst de klant naar buiten, waar een prachtige en pluizige herder staat met oren die bijna groter zijn dan de pup zelf. Ik knik snel. “Ja hoor, honden zijn hier altijd welkom.” Jarenlang lag de hond van de eigenaar altijd midden in de winkel. Dat dat onhandig was voor de klanten kon het dier geen bal schelen. Mijn collega neemt zijn honden ook altijd mee, ook de twee nieuwelingen die twee keer zo groot zijn als zijn vorige huisdier. Ze banjeren graag rond tussen de toonbank en de deur, altijd nieuwsgierig naar wie er binnen komt en wat er langs de deur komt. Bovendien… wie zegt er nou ‘nee’ tegen een puppy?

“Kop op Zeph.” Vermoeid kijkt de teckel op naar de baas, loopt mee naar binnen, gaapt demonstratief en gaat dan liggen. Tot de baas naar de volgende kast loopt. Teckel staat op, loopt mee, blijft een minuut op kijken naar zijn vrouwtje, en gaat dan weer liggen. Dit proces herhaalt zich nog drie keer, tot ze bij de kassa staan. Gefascineerd kijk ik toe, en weer gaat de hond na een minuut liggen. “Mevrouw, u heeft een hond met slaapstand.”

“Nee, we gaan echt naar binnen.” Tenminste, dat vindt de baas. Want hoe hard hij ook aan de lijn trekt, de chocoladebruine labrador verzet geen poot de winkel in. Ik zou zelfs willen zeggen dat hij nogal kritisch naar de etalage kijkt, alsof ons aanbod niet goed genoeg is voor hem. Uiteindelijk geeft de baas het op, en vraagt vanaf de deuropening naar een boek. “Is hij het niet met ons aanbod eens?” Vragend knik ik richting de hond. De baas trekt een gezicht. “Nee hoor, maar hij wil alleen maar naar binnen als hij weet dat een winkel snoepjes voor hem heeft.” Aah.

Het is een vaste klant die ik help, met een vaste smaak in tijdschriften en boeken. Een dag als altijd dus, en bij binnenkomst complimenteer ik haar nog met de sjaal die ze om haar schouders en armen heeft gedrapeerd, een prachtig donkerpaars exemplaar Piep! Verbaasd kijk ik op. Piep? Nogmaals hoor ik: piep! Ineens beweegt haar sjaal, en klinkt het geluid bijna als een soort protest. De dame kijkt verbaasd en begint dan te lachen. “Ooh, sorry.” Praat ze nou tegen haar sjaal? Dan trekt ze de stof iets anders, waardoor het hoofdje van een Beagle-pup tevoorschijn komt. Het beestje kijkt mij verbaasd aan en blaft dan naar haar baasje. Nu snap ik ineens wat dat gepiep was. “Ooh heb je het nu ineens weer te warm?” Als dat diertje net naar buiten is geweest, waar een flink pak sneeuw ligt, dan snap ik dat ze in de sjaal wilde bij ‘mama’. Pup en vrouw, plus tijdschriften, verlaten snel weer de winkel. De matchende sjaal is er dus al, volgende keer een matchende muts?

Ik zie de klant al voor hij de winkel inloopt, net zoals zijn hond die hij altijd mee heeft. Het is een enorme ridgeback, maar het is tevens de allerliefste hond die ik ken. En keurig opgevoed. Het is geen straf om beiden in de winkel te hebben, de oudere Britse man is altijd in voor een gezellig praatje. Maar voor de man binnenkomt begint er ineens een kabaal van jewelste. Geblaf, gegrom, meer gegrom. Verschrikt kijk ik op. Het piepkleine mormel van een andere klant is om onverklaarbare redenen de enorme hond aangevlogen en het kost de Brit enorme moeite de dieren uit elkaar te krijgen. Piepend hinkt de grote hond naar binnen, waar hij zich snel verstopt tussen de toonbank en een kast. “Waarom was die andere hond niet aan de lijn?” Nu de Brit het zegt, behalve dat de hond los liep had de eigenaresse niet eens een lijn bij zich en tijdens de knokpartij tussen de dieren is ze gelaten de deur uitgelopen zonder zelfs maar in te grijpen. Een hele vreemde situatie, waarvan de ridgeback alleen maar van lijkt te bekomen als hij een flinke knuffel (die hij altijd van me krijgt) heeft gekregen. Zo zie je maar, grootte zegt niets over karakter.

Boeken, klassiekers en zwaartekracht

old-books-photography-2399781[1]Werken in een boekwinkel is zo verkeerd nog niet. Zou je denken. De hele dag worden de meest vreemde situaties naar je hoofd gegooid.

Staande op mijn tenen, armen helemaal uitgestrekt en ik kan er nog niet bij. Wie legt er dan ook boeken bovenop de boeken in de hoogste kast? Maar er moet opgeruimd worden, dus nu moet dat ding er tussen. Met het hoekje van een ander boek weet ik Tolstoj te bereiken en hem een zetje te geven. Dit is trouwens de methode voor elke boekenkast bij ons, de winkelruimte is te klein om alles een net plekje te geven en boeken eindigen nog wel eens op boeken. Het helpt dan niet dat ik bij verre de kleinste werknemer ben. Al de hele dag geef ik boeken op deze manier setjes om ze te pakken te krijgen terwijl ze vallen, want zelfs nu sta ik nog op mijn tenen. Nog één zetje…

Wat ik even vergat bij deze methode in te rekenen was het gewicht van het boek, en de dikte ervan. Puertolas is geen dikke pil, het past makkelijk in mijn hand en is daarom licht. Hetzelfde gold voor De Beer, Carmiggelten Pinguïnlessen. Maar wie de Russen kent, weet ook dat Tolstoj schijnbaar niet in staat was om een dun boek te schrijven. Niet alleen mist de titel mijn hand omdat het boek niet netjes opzij wil vallen, maar in plaats daarvan loodrecht naar beneden, hij is ook nog eens veel zwaarder dan ik dacht. Met een klap eindigt hij eerst tegen mijn hoofd, om dan doodleuk met net zoveel vaart bovenop mijn schouder te eindigen. Een schouder die na vele weken kantoorwerk al niet zo lekker voelde. Een korte kreet klinkt sneller door de winkel dan ik bedoeld had. Zoveel pijn doet het een minuut later al niet meer, behalve die schouder zo blijkt later. “Hé, gaat het wel?” Een klant schiet me meteen te hulp, ook om het boekwerk van de grond te rapen. Ik wrijf grommend over mijn schouder. “Ja, maar ik denk dat ik Tolstoj nu echt nooit meer ga lezen.” De vrouw lacht. “Het is wel een baksteen hè?” Ja, dat is het zeker.

Older posts

© 2018 Leest&Maakt ‘t

Theme by Anders NorenUp ↑

error: Content is protected!!