Category: Linda Graaft

Voeten wassen!

Het is stil in het washok van het osteoarcheologie-lab. Alleen het geluid van de lopende kraan en het geschraap van tandenborstels op bot. Één voor één komen de kleine botjes uit de klei tevoorschijn, glimmend van het water. Enkelbotten, hielen, middenvoetsbeentjes. En dan één voor één tenen.

Teenkootjes

Teenkootjes

Het is net een legpuzzel! Al die kleine botjes die samen één menselijke voet vormen. En er liggen vandaag nog zeven voeten op me te wachten! Ja… zeven. Er lag kennelijk één losse voet tussen alle andere skeletten. Een verdwaalde voet, helemaal alleen tussen alle andere voeten die wel een maatje hebben. Hij was ook een stuk kleiner dan alle andere voeten. “Hmm… Ik had net al een rugwervel die duidelijk van een kind is geweest. Misschien hoort deze daarbij.” Het hoofd van dit osteoarcheologie-project bekijkt de kleine voetbotjes één voor één. Maar er is natuurlijk niet met zekerheid te zeggen of ze bij die rugwervel horen. Want ook die lag tussen een heleboel andere botten die allemaal niet bij elkaar horen. Als het echter wel zo is, is het kind tussen de 6 en 8 jaar geworden voor het overleed. Waaraan is onbekend. Of het een jongen of meisje was ook. Dat kun je immers niet afzien aan een voet.

Toch doe je je best om alle skeletten zo compleet mogelijk te krijgen, ook al zijn al deze mensen al zeker meer dan vierhonderd jaar dood. Dus was je ook alle losse voeten, in de hoop straks een skelet te ontdekken die een voet mist en na onderzoek te kunnen stellen dat je dat ergens anders terug gevonden hebt. Maar voor nu worden ze weer zakken gestopt, nadat de botten schoon en droog zijn, met titels als ‘rechtervoet 1’ en ‘linkervoet 1’. Of ‘rechtervoet 3’. Of… ‘losse rechtervoet 1’. Een voet zonder maatje. Maar wel helemaal schoon?

De archeoloog in de kuil

IMG_4093Terwijl de mist langzaam wegtrekt, staar ik naar de aarde onder mijn voeten. Vlekkerig door de verschillende grondsoorten die vermengd zijn door eerdere verstoring van de bodem.
Terwijl ik hier over nadenk, hoor ik vaag gezoem van auto’s die langs ons heen schieten. We hebben nog geluk dat niet iemand een leeg blikje naar ons gooit want in de afgelopen nacht zijn er meerdere in de kuilen belandt. Zo naast de snelweg, is het een reële kans dat er tijdens de dag ook nog eentje zo eindigt. De bestuurders die over de snelweg schieten zien ons immers amper, verstopt als we zijn door de hopen zand en de muren van onze kuilen. Ik strek mijn rug, kijk naar de wanden van aarde om me heen en dan naar de lucht boven me. Het is zonnig, het beloofd een warme dag te worden. Door mijn geringe lengte kom ik nauwelijks boven de kuil uit!

Bij een archeologische opgraving kom je op de meest uit een lopende plaatsen terecht. Maar wanneer je direct naast de snelweg in een kuil staat te graven in een knaloranje outfit, heb je erg de behoefte om een ‘chain-gang song‘ op te zetten om in een bepaald tempo door te gaan. Omdat er echter geen internet is om de Youtube playlist op te zetten, luister ik maar naar het gezoem van de snelweg en het geschraap van de schep tegen de grond. Beiden vertonen geen enkel ritme…

Bij gebrek aan beter, vullen de vondsten-zakjes zich met kiezels. Dat klinkt vreemd, maar deze kiezels worden later gebruikt om te bepalen uit welke tijd de grond komt en of deze mogelijk later is omgewoeld waardoor archeologische resten verdwenen zijn. Ze lijken op suffe stenen, maar zijn dus ergens nog wel nuttig voor onderzoek. De blauwe hemel was net nog zo mooi, maar begint langzaam maar zeker een kwelling te worden als de zon blijft klimmen en de temperatuur op blijft lopen. Het koele briesje dat de bladeren van omliggende bomen doet ruizen, valt niet in mijn kuil, en ik snak naar een slok water en een kop sterke koffie. Twee dagen graven, warm weer, dikke wegwerkers-kleding ter bescherming, en enkel kiezels als vondsten. Het is een bron voor pure frustratie bij een archeoloog. Ineens vliegt er toch een blikje door de lucht, recht mijn kuil in. Hij mist mijn hoofd op een millimeter na. Cola-druppels belanden op mijn kleding, de rest loopt uit het blikje de aarde in. Ik veeg het zweet van mijn voorhoofd en zet mijn schep in de grond. Het is genoeg, het is tijd voor een pauze.

Het mysterie van West-Frisia

Een schedel uit de Bronstijd

Een schedel uit de Bronstijd

“Heb je serieus een schedel gevonden?” De professor liep met een verbaasd gezicht de wasruimte in. De student knikt en loopt met de man naar een bak, waarin de resten liggen te drogen. “Ja, alleen een schedel. Er zat geen lichaam bij. Hij lag in één van die kuilen die we hebben gevonden.”

Opgravingen in West-Frisia, wat nu het noord-oosten is van de provincie Noord-Holland (tussen de Afsluitdijk en Houtribdijk), zijn niet nieuw. Verschillende universiteiten en archeologen groeven er al waardoor schepen, grafheuvels en akkers terug zijn gevonden. Maar nu zijn er wonderlijke gaten, met daarin menselijk materiaal gevonden. Zoals de losse schedel.

“Ik denk dat het een man is, kijk maar naar die duidelijke brow.” Er wordt gewezen naar het gebied direct boven de oogkassen maar net onder het voorhoofd. Deze is bij mannen prominenter aanwezig dan bij vrouwen. “Ja, dat klopt. Maar je ziet dat de schedelplaten nog niet helemaal waren samengevoegd. Dus dan was het wel een jonge man.” De professor houdt de stukken voorzichtig omhoog om ze beter te bekijken. De student knikt. “Waarschijnlijk was hij een jaar of zestien of zo.” Een zestienjarige jongen was in de Bronstijd, waar deze resten vandaan komen, waarschijnlijk al een volwassen man. “En geen lichaam dus?” De student schudt zijn hoofd. “Nee, alleen een schedel. Hij lag in zo’n kuil als de andere resten die we hebben gevonden. Niet in een grafheuvel en er waren ook geen offergaven te vinden.” De professor kijkt al net zo verward als de student. Losse lichaamsdelen in kuilen zonder enig aantoonbaar ritueel, dat is vreemd. Mensenoffers? Herbegraven? Er zijn zoveel opties, maar geen ervan is duidelijk. “En moet u dit bot zien! Dat lag er vlak bij in de buurt. Het is helemaal blauw!” Het mysterie van West-Frisia is duidelijk nog niet opgelost…

Archeologie brengt mythes tot leven

Heel soms komen mythes weer tot leven, doordat archeologen iets vinden en wetenschap erop los wordt gelaten. Zo worden millennia oude steden, eeuwenoude Engelse koningen, en verdronken Nederlandse steden teruggevonden.

Over de hele wereld zijn er mythes. Soms zijn ze gebaseerd op feiten, veranderd in verhalen. Soms zijn ze te absurd om te geloven. En heel soms blijken mysteries waar te zijn nadat archeologen ze hebben opgegraven! Een paar opgeloste, of eeuwigdurende mysteries van de archeologie onder elkaar.

1. Mythe? Nee hoor, waarheid!
Troje was altijd een gevoelig punt voor archeologen. De stad, beroemd geworden door Homerus’ werk, bestond niet volgens historici en archeologen. De stad zou uit mythes zijn voortgekomen en dat was dat. De Duitser Heinrich Schliemann dacht daar echter anders over en ging toch op onderzoek uit. Uitgelachen door de wetenschappelijke wereld, vertrok hij naar het huidige Turkije. Daar vond hij de ruïnes van Troje!
Schliemann ging daarna nog meer plekken uit de Odyssee en Ilias af en ontdekte zo ook Mycenae en Sparta. Ineens bleek mythe een bron van waarheid te zijn!

De Griekse mythologie helpt wel vaker bij het vinden van archeologische vondsten. Alleen blijkt vaak het tijdsbesef of de identiteit achter de mythes niet helemaal te kloppen, omdat deze in alle jaren zijn veranderd door de vertellers. Toch kunnen archeologen veel feiten halen uit teksten uit de Oudheid. Ze geven mogelijk inzicht in hoe mensen dachten en zich gedroegen. En heel soms zijn er locaties of data van oude beschavingen en belangrijke gebeurtenissen uit teksten te halen.

2. Mythe van de vloek
Er zijn vele mythes die kunnen worden opgelost, maar ook zat die maar blijven voortduren. Archeologie wordt nog steeds achtervolgd door verschillende mythes over vloeken. Vloeken komen in alle vormen en maten in de geschiedenis voor, en in bijna alle culturen. Toetanchamon’s graf was vervloekt, net zoals de Hope-diamant. Of deze vloeken ooit daadwerkelijk de reden zijn geweest voor iemands dood of ongeluk, kan niet bewezen worden maar feit is dat archeologen vaak te maken krijgen met dergelijke mysteries en het bijbehorende bijgeloof.

Wikipedia: Andrewrabbott

Wikipedia: Andrewrabbott

3. Geen mythe, wel verdwenen
Engeland wist met behulp van archeologie juist een mysterie op te lossen! In 2012 werd een lichaam gevonden onder een parkeerplaats, dat na DNA-onderzoek van koning Richard III bleek te zijn. Niemand twijfelde ooit of Richard wel echt had bestaan gezien hij in 1485 was begraven, maar nadat de kerk waar het lichaam lag was afgebroken werd hij als ‘verdwenen’ beschouwd. Tot archeologen hem terugvonden onder een parkeerplaats! Vorige week kreeg Richard III een ceremoniële herbegrafenis in de kathedraal van Leicester.

4. Verdronken Romeinse steden
Ook Nederland heeft af en toe archeologische mysteries, ook al hebben ze hier niets met het koningshuis te maken. In de Lage Landen komen gaan mythes vaak over water, en zo nu en dan verschijnen verdronken steden weer aan de oppervlakte. Zoals in Katwijk aan Zee, waar het einde van de Romeinse Limes zich bevond. Lange tijd was de nederzetting aan het einde van deze Romeinse grens zoek, tot werd ontdekt dat hij al die tijd onder de Noordzee lag. Bij archeologische opgravingen werd het fort van Lugdunum gevonden, een groot gedeelte van de voormalige stad blijft zich echter onder de golven bevinden.

Photo credit: Mr.Eneko / Foter / CC BY

Photo credit: Mr.Eneko / Foter / CC BY

5. Het mysterieuze, aan elkaar geplakte leger
In het Verre Oosten liggen ook heel wat mysteries begraven. Pas vorig jaar werd het mysterie van het beroemde Chinese Terracotta-leger ontrafeld. Deze 8000 standbeelden van soldaten en paarden, gelegen onder het paleis van keizer Qin Shihuang, waren gemaakt in 221 voor Christus en opgegraven in 1974. Ze moesten de keizer in diens volgende leven beschermen. Het feit dat alle beelden extreem realistisch waren nagemaakt stelden archeologen en historici wereldwijd voor een raadsel. Hoe kan een levensgroot beeld zo goed gemaakt zijn? In 2014 werd pas ontdekt hoe het kon dat de beelden in zo’n goede staat geproduceerd waren. De beelden bestonden niet, zoals eerder gedacht, uit één stuk maar bleken aan elkaar geplakt te zijn! Armen, benen, hoofden, het was allemaal later aan elkaar gelijmd na het bakken! De lijmresten waren al die tijd goed verstopt onder lagen verf, en bleven zo millennia lang onzichtbaar.

Stonehenge_1877[1]6. Een raadsel in raadsels
Één van de archeologische mysteries die maar nooit opgelost lijkt te worden, is Stonehenge. Was het een heiligdom? Was het een astronomisch meetinstrument? Of misschien een begraafplaats? Wat we nu weten over Stonehenge is dat het ooit een gesloten cirkel van stenen was, en dus uit twee cirkels bestond. De meeste van de stenen die gebruikt zijn, komen van uit hele andere gebieden, soms wel meer dan 250 kilometer verderop! En er is 4300 jaar geleden iemand begraven, maar wie de dode is weet niemand. Zo wentelt Stonehenge zich in raadsels, maar antwoorden geeft het monument niet echt.
Moderne druïden gebruiken Stonehenge voor rituelen die met de midzomer en midwinter te maken hebben, zij zijn overtuigd van de spirituele kracht van de plek. Archeologen worden het echter maar niet eens of de plek een kalender, een astronomische kaart, een altaar, of ook maar iets anders was. Dus gaan de theorieën over de stenen cirkel verder, net als diens raadsels…

Nog meer raadsels!
Nu er één Engelse koningsmythe is ontrafeld met behulp van archeologie, lijkt het hek van de dam! Vlak na de officiële identificatie van Richard III zijn archeologen begonnen met het onderzoeken van koning Alfred de Grote. DNA-onderzoek moet uitsluitsel geven of gevonden botresten, werkelijk van de enige Britse vorst met de titel ‘de Grote’ zijn.
In Nederland wordt ondertussen gespeculeerd of een middeleeuws schip wellicht bij een bouwstijl hoort waar verder niets van teruggevonden wordt.

En in de rest van de wereld? Nou ja, Stonehenge zal ons nog wel even bezig houden. Anders zijn er nog genoeg andere mysteries in de wereld voor archeologen om op te lossen, en er zullen er vast nog veel meer komen.

Harry, the not so happy fellow

IMG_3702

Hello!

Ladies and gentlemen, meet Harry! In case you haven’t noticed, Harry is dead.

Actually, Harry is very, very dead. And he has been for some 400 years. Harry may have led a happy life. He ate some vegetables and meat, his teeth were strong and healthy and when he became ill, he was treated in a nice hospital with a church.

And then he died…

This is the story of Harry, the not so happy fellow.

Harry
For a fellow living in the Early Modern Period, Harry was a rather tall man. About 1.80m in height with good health, but the Dutch have always been tall. Because that is were Harry used to live, in the Dutch city Kampen. Which also means his name might not be Harry, but Hendrik. We’ll keep calling him Harry though.

In Harry’s lifetime, the Netherlands were ending the Eighty Years’ War against Spain. This small, seafaring country, fought off the Spanish empire, the inquisition, and eventually king Philip II and his general Alva. After that, the ‘Golden Age’ started, a time of wealth, religious freedom, trade and art for the newborn Republic of the Netherlands. You could call it the Renaissance of the Netherlands.
Wether or not Harry still lived in the Golden Age, he must have lived a wealthy life because his bones are still strong. His teeth also show no signs of corrosion or weakening, signs that show long periods of hunger or unhealthy eating habits. A small remodeling on the bones of his lower arm shows it might have been broken when he was younger. But his backbones and ribs show that he reached an old age. Which does not mean much in modern time, since people died around their 40’s in the seventeenth century… But it looks like Harry led a good life in the years he had. Since his bones and teeth are in such a good condition and shape, we can assume he was able to afford a healthy diet. But still, he ended up in the hospital.

I ended up... where?!

I ended up… where?!

Indeed, the hospital. A small ‘guesthouse’ next to a church. In the seventeenth century, there were no hospitals as there are today. When you became ill you stayed at home where a doctor visited you, if you could afford one of course. If you became ill with a dangerous, contagious disease (like the plague), your house was marked as being under quarantine or you were moved to a special place (which happened when you contracted leprosy). Harry did not become infected with a disease, but he did need constant care so he was moved to a small guesthouse connected to a church. This means Harry must have been a hard-working respectable member of the community, since only they had the privilege to be treated here. He was not rich enough to afford his own doctor, but also not ‘poor enough’ to just die on the streets.

In the end, the church and caretakers could not save Harry. He probably had a case of Ankylosing Spondylitis (AS). Which means that his backbones were fusing and growing together. Add a severe case of arthritis to that scenario and we can only imagine the pain Harry must have been in. His hips grew extra bone, which also deteriorated and made the movement of his legs almost impossible. The worst case in his back, were three vertebrae that were completely fused together. Where there should be three seperate bones, there now was one. Harry does not had any bones broken, while this easily happens with arthritis so he must have been lying down most of the day since the movement to a sitting position would be extremely painful for him.
I hope he had a nice window to look out, or who could read to him. In the end, he might not have been able to walk anymore, or move much at all. His body was well taken care for when he was buried which is the reason why Harry is with us not, in this osteoarchaeology lab. His pain will not be for nothing, we can learn a lot from Harry and diseases in the past. But I do hope Harry did have, at some point in his life, happier times than the months before his death…

© 2017 Leest&Maakt 't

Theme by Anders NorenUp ↑

error: Content is protected!!