Share this

“Ik sta blauw!”
Het enthousiasme waarmee Emma binnen kwam stormen deed Jess met haar wenkbrauwen fronsen.
“Blauw staan is niets,” zag ze genoodzaakt haar beste vriendin te herinneren. Emma verzon graag haar eigen uitdrukkingen, waarbij ze luid verkondigde dat die logischer waren dan de werkelijke spreekwoorden. Ook nu kreeg ze weer die vastberaden uitdrukking op haar gezicht, klaar om haar woordkeuze te verdedigen.
“Tuurlijk wel. Als je blut bent sta je rood, en blauw is het tegenovergestelde van rood. Dus als je allesbehalve blut bent sta je blauw.”
De logica was niet eens zo verschrikkelijk krom, maar dat maakte Jess sceptische blik niet minder.
“Dus je staat blauw,” besloot ze maar mee te spelen. “Zomaar? Ineens?” Naar haar weten had Emma net zo weinig geld als zij, wat betekende dat ze elke maand problemen hadden met het ophoesten van de huur. De grijns op Emma’s gezicht werd nog ietsjes groter, net als Jess’ argwaan.
“Dat zal je wel zien.”

Ze zou het inderdaad zien. Eerst dacht Jess nog dat Emma aan de loterij had meegedaan, ervan overtuigd dat zij het winnende lot in handen had. Maar die hoop vervloog toen op een dag de deur uit de scharnieren vloog en haar vriendin niet veel later in handboeien werd afgevoerd. Grootschalige fraude, ze had miljoenen euro’s van werk doen verdwijnen. Tenminste, dat was de aanklacht.
“Wie komt u bezoeken?” De bewaker keek nauwelijks op van het logboek.
“Emma Roth.”
“Roth… U bedoelt de dame die blauw wilde staan?”
Ja, die ja.

Share this