Share this

“Dat meen je niet?” Verbijsterd staarde Lisa naar Dylan. “Zei hij dat echt?”
Dylan proestte bijna haar slok bier over de bar bij het zien van Lisa’s gezicht, knikte terwijl ze het vocht door haar keel naar haar maag wist te dwingen.
“Ik meen het wel. Ik liep naar binnen, stelde mezelf voor en het eerste wat hij zei was dat hij dacht dat ik een man was vanwege mijn naam. Dat hij me anders niet had aangenomen.” En de relatie tussen haar baas en haar was daarna nooit beter geworden. Bij nader inzien had Dylan op dat moment direct weg moeten lopen maar ze had het inkomen nodig en na alle andere afwijzingen had ze geen keuze gehad. Dus was ze op de bureaustoel gaan zitten en nu was ze alweer vijf jaar bezig om iets anders te vinden.

Lisa schudde meewarig haar hoofd. “Dat je het daar uithoudt joh, waarom zoek je niet iets anders?”
Het was een bekende vraag, eentje die haar vaker gesteld was maar waar Dylan niet per se een positief antwoord op had. Ze zocht naar ander werk, deed dat al een hele tijd, maar de banen waar ze enthousiast van werd lagen niet per se voor het oprapen en vaak was er iemand anders die een stuk meer gekwalificeerd was voor het werk dan zij. Ze haalde haar schouders op terwijl ze een hap van haar salade nam. Bedachtzaam kauwde ze de slablaadjes fijn terwijl ze naar de bar keek. Ze zaten hier nu al een paar uur, te praten, te drinken, te eten. Misschien was het zo makkelijk om dit alles te delen omdat Lisa een vreemde was, iemand die haar niet kon veroordelen omdat ze elkaar simpelweg niet kenden. Misschien was het ook wel gewoon fijn om het te delen met iemand die eens doorvroeg naar wat zij nou echt van dingen dacht en vond. Op kantoor werden onderwerpen over persoonlijke gezondheid en mentale gesteldheid angstvallig vermeden, en haar familie was al helemaal geen steun. Allemaal waren het harde werkers, die hun leven lang bij dezelfde baas bleven omdat het als een soort van loyaliteit werd gezien waar je trots op moest zijn. Dat Dylan al na een half jaar had overwogen te stoppen was een zwakte van haar kant, iets waar vooral niet over gepraat moest worden.
Opnieuw haalde de jonge vrouw haar schouders op, onzeker hoe ze verder moest gaan over het onderwerp. “Het is niet dat ik het werk niet leuk vind,” begon ze, maar Lisa’s blik liet meteen inzien dat de vrouw doorhad dat dat een leugen was.

“Oké, dat is niet waar. Ik vind het werk hersen dodend saai,” gaf Dylan dan maar eerlijk toe. “Het is niet inspirerend en ook niet uitdagend.” Een combinatie die haar creativiteit om zeep hielp met als gevolg dat er al twee jaar geen letter meer op papier was verschenen. Het was niet eens een kraan die was dichtgedraaid, Dylan was eerder bang dat de put gewoon was opgedroogd. Dat er niets meer over was van wie zij was en wilde zijn als het ging om schrijven en zelf dingen creëren. Lisa nam de vrouw rustig op, probeerde alle mogelijke beoordeling uit haar blik te houden.
“Wat zou je dan willen doen? Waar krijg jij nou energie van?” Terwijl ze het antwoord afwachtte bestelde ze nog een rondje. Het leek erop dat Dylan’s tong langzaam loskwam, en dat het misschien wel eens hoog tijd werd dat de vrouw eens deelde wat ze voelde.
“Ik schrijf graag?” Waarom het er als een vraag uitkwam wist ze niet zo goed. Dylan schreef had tijdens haar hele studie geschreven en ze zou het maar al te graag weer doen, professioneel dit keer. Maar ze voelde zich er ook erg onzeker over. Zonder het te beseffen had ze haar hand naar haar mond gebracht, haar nagels naar haar tanden. Nagelbijten was iets dat ze alleen deed als ze zich kwetsbaar voelde, als de onzekerheid toesloeg. In een flits schoot Lisa’s hand naar de hare, trok die van Dylan terug naar de bar. De grip was stevig en tegelijk een wereld van verschil met de grip van de man uit de bar laatst, de slanke vingers die om de hare sloten voelden fijn. Als een houvast in een wiebelige wereld. Verbaasd keek Dylan naar die vingers, die om de hare gevouwen waren, een tiental seconden voor ze haar hand onwennig terugtrok. Te intiem, ook al was het nog zo vriendelijk bedoeld. Lisa deed alsof ze het niet merkte, hield haar blik en houding open alsof ze niet registreerde dat Dylan iets wegdraaide en haar armen over elkaar sloeg. De worsteling van de andere vrouw was meer dan duidelijk, het krampachtige vasthouden aan gedrag dat bekend en daarom veilig was, was ergens vermakelijk om te zien. Vermakelijk als Lisa het zelf niet zo goed zou herkennen. Het bracht meteen oude herinneringen aan jaren vol onzekerheid naar boven.

“Je schrijft?” vroeg de redactiechef op zachte toon, om Dylan een beetje aan te sporen zichzelf wat meer open te geven. Om haar te stimuleren te praten over wat duidelijk een passie was. Om haar een duwtje in de rug te geven om verder te gaan met praten. “Waar werk je aan?”
Plotseling verlegen prikte Dylan in haar eten. “Het is voornamelijk voor mezelf,” gaf ze eerlijk toe. Ze had niets meer gepubliceerd sinds de universiteit, toen haar stukjes in de studentenkrant verschenen. Sinds haar afstuderen was haar fictie keihard op de klippen gelopen.
“Heb je iets wat ik kan lezen? We zijn op zoek naar een nieuwe redacteur. Bureauwerk voornamelijk, maar misschien is het wel iets voor je.” Lisa had nog nooit een onervaren schrijver aangenomen, daarvoor hield ze het aanzien van haar blad te hoog. Maar tegelijk was er iets aan Dylan dat ze graag de kans zou geven om te ontwikkelen. Het was misschien een vreemd soort sentiment, maar ze was zelf ook in de branche terecht gekomen doordat iemand vertrouwen in haar had getoond. Omdat iemand haar een baan en een kans had gegeven. Dylan was ouder dan zij toen ze zelf was begonnen maar tegelijk net zo onervaren. Met ietwat samengeknepen ogen keek Lisa naar de vrouw. Er zat pit in haar, ze had een soort vuur in haar ogen dat haar prikkelde. Dat vuur had ze in de bar ook gezien, zelfs de hoeveelheid alcohol had dat niet kunnen doven. Het prikkelde haar nieuwsgierigheid. Lisa wilde deze vrouw leren kennen, wilde weten wat er onder dat afgesloten uiterlijk zat, wat voor potentieel er aan kon worden geboord.
“Weet je wat,” ging de redactiechef verder. “Kom morgen langs op ons kantoor. Marjolein en Arthur houden de sollicitatiegesprekken dan, wie weet wat ervan komt.”

Share this