“Aah kom op! Nog één drankje.” Dylan was waarschijnlijk de enige in de bar die niet hoorde hoe dubbel haar tong inmiddels was. De barvrouw schudde meewarig haar hoofd. “Een glas water, dat wil ik je nog wel serveren.”
Shit, wat was ze schattig met die bezorgde toon, dacht Dylan. Die donkerbruine ogen deden haar haast smelten.
“Maar ik ben nog lang niet dronken,” klaagde de jonge vrouw, een vaste en ervaren kroegtijger, lallend. Alsof ze haar ogen niet maar nauwelijks kon openhouden. Het notitieboekje dat ze mee had genomen naar de bar lag vergeten naast haar, half in een plas bier. De letters die in aanraking waren gekomen met het vocht waren net zo hopeloos uitgelopen en vergaan als alle goede intenties die Dylan die avond had gehad. Ze zou gaan schrijven, eindelijk weer een eigen project starten, iets waar ze energie van kreeg en gelukkig van werd naast het werk dat ze zo verafschuwde maar wat haar voorzag van een inkomen dat haar huur betaalde. In plaats van dat alles was ze een bar binnengelopen en had ze zichzelf volgegoten met goedkoop bier. Er was geen letter op papier verschenen.

Continue reading