Het is koud buiten, een gevoel dat tot diep  in je botten kruipt. De bank kan me niet groot genoeg zijn om in weg te kruipen, de deken houdt mijn benen en voeten lekker warm, maar het is uiteindelijk de beer in mijn armen die ervoor zorgt dat ik met een nietsziende blik naar de televisie aan de andere kant van de kamer staar. Erop is een prachtige natuurdocumentaire te zien maar mijn brein wil niet alles opnemen wat het toegezonden krijgt. De beer in mijn armen is warm, pluizig, en net een tikje zwaarder waardoor hij hetzelfde voelt als een heerlijke dikke donzen deken.

De beer is al 24 jaar bij ons thuis, toen mijn oma ermee aankwam toen ik twee jaar oud was. Hij moet toen groter zijn geweest dan ik nu ben want nog altijd is het geen kleine teddybeer. Met het ding in mijn armen denk ik aan die kinderjaren. Mijn broertje en ik kwamen vaak bij mijn opa en oma, bleven er logeren, brachten er middagen spelend door. Ze hadden een houten cowboy-dorp waar we lego-poppetjes, knuffels, en alles wat we verder konden vinden hele avonturen lieten beleven. De beer doet me terugdenken aan die tijden, en hoe dingen door de jaren heen zijn veranderd. Niet dat ik mijn grootouders niet meer zie, hun huis in Frankrijk is een vaste vakantiebestemming voor ons, maar wel in hoe mijn broertje en ik volwassen zijn geworden. En hoe de rol van mijn grootouders daardoor veranderd is.
Vroeger bakte ik met oma zandkoekjes, maar daar hield het toch wel mee op. Afgelopen vakantie stond ik met haar appelmoes en boeuf bourguignon te koken. Vroeger gingen we naar Artis, nu struinen we samen de IKEA af. Wat niet veranderd is is dat ik weet dat als ik binnenkom er een kop thee op me staat te wachten, wat niet is veranderd is dat beer er nog is zodat ik onder hem in slaap kan vallen, en wat er niet veranderd is is dat als ik in Frankrijk op bezoek kom we nog altijd naar de markten gaan.

Opa en oma zijn er nog steeds, net als beer.